Bijlage 1 Regeling vaststelling controleprotocol en verantwoording inburgering nieuwkomers 1999: controleprotocol inburgering nieuwkomers 1999
Regeling vaststelling controleprotocol en verantwoording inburgering nieuwkomers 1999
In artikel 7, vierde lid, van het "Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers" (hierna: "Bekostigingsbesluit") is vermeld dat de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een controleprotocol vaststellen voor de controle op de uitvoering van het Bekostigingsbesluit. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan deze bepaling. In dit protocol wordt alleen aandacht besteed aan de onderdelen van het Bekostigingsbesluit die van belang zijn voor de vaststelling van de hoogte van de rijksbijdrage en voor de rechtmatigheid van de besteding daarvan. De overige regels voor de inburgering dienen uiteraard ook te worden nageleefd. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenten om daarop toe te zien. De gemeente moet een verantwoording opstellen conform het model dat is opgenomen als bijlage 2 bij dit protocol. De verantwoording moet zijn voorzien van een accountantsverklaring opgesteld conform het model dat is opgenomen als bijlage 3 bij dit protocol. De verantwoording moet vóór 1 november 2000 zijn ingediend bij de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen. De accountantsverklaring strekt zich eveneens uit over de juistheid van de gegevens zoals bedoeld in artikel 4 van het Bekostigingsbesluit. Ingevolge artikel 4 juncto artikel 12 van het Bekostigingsbesluit heeft de gemeente over het jaar 1999 op een daartoe verstrekt formulier telgegevens aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen verstrekt over het aantal door de gemeente afgegeven beschikkingen, het aantal verklaringen bedoeld in artikel 7.4.15, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) en het aantal nieuwkomer-deelnemers dat de toets heeft afgelegd of het examen heeft gehaald. De op basis van deze opgave door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen geregistreerde gegevens zijn opgenomen op het aan de gemeente verstrekte blauwe overzichtsformulier. Dit formulier dient te worden gewaarmerkt door de accountant en meeg
- 1. uit een verklaring van een daartoe bevoegde functionaris van de gemeente blijkt dat de nieuwkomer het risico loopt in een achterstandspositie te geraken en
- 2. uit de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens blijkt dat de nieuwkomer behoort tot een van de volgende groepen personen:
- die met toepassing van artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet als vluchteling zijn toegelaten;
- wier verzoek om toelating als vluchteling is afgewezen, onder verlening, gelijktijdig of nadien, van een vergunning tot verblijf op humanitaire gronden als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet, zonder dat daaraan beperkingen zijn verbonden;
- aan wie een voorwaardelijke vergunning tot verblijf als bedoeld in artikel 9a van de Vreemdelingenwet is verleend;
- die gezinshereniger of -vormer is, als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet;
- die Nederlander en afkomstig van de Nederlandse Antillen of Aruba is.
- 3. uit de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens blijkt dat de nieuwkomer op het moment van verlening van de relevante verblijfstitel achttien jaar of ouder was en
- 4. de nieuwkomer heeft uiterlijk 4 maanden na eerste huisvesting in de gemeente, of binnen 4 maanden na statusuitreiking, in 1998 een onderwijsovereenkomst als bedoeld in artikel 3 van de Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998 gesloten, of
- 5. de nieuwkomer heeft uiterlijk 10 maanden na eerste huisvesting in de gemeente, of binnen 10 maanden na statusuitreiking, in 1998 een onderwijsovereenkomst als bedoeld in artikel 3 van de Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998 gesloten en uit een verklaring van een daartoe bevoegde functionaris van de gemeente blijkt dat dit door zwaarwegende omstandigheden gelegen in de persoon van de nieuwkomer-deelnemer niet binnen 4 maanden mogelijk was.
- 1. de nieuwkomer, bedoeld in artikel 1, onder k, onderdeel 3, van de Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998, zoals deze luidde op 29 september 1998, en
- 2. de nieuwkomer die op grond van bepalingen van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties niet verplicht kan worden aan een inburgeringsprogramma deel te nemen.
- 1. de vreemdeling aan wie het op grond van artikel 9 of 10, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet is toegestaan in Nederland te verblijven, die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en die voor de eerste keer tot Nederland is toegelaten dan wel na een vergunning als bedoeld in artikel 9a van die wet een vergunning als bedoeld in artikel 9 van die wet heeft verkregen, behoudens degene die hier voor een tijdelijk doel verblijft dan wel op grond van bepalingen van verdragen of van besluiten van volkenrechtelijke organisaties niet verplicht kan worden aan een inburgeringsprogramma deel te nemen;
- 2. de Nederlander die geboren is buiten Nederland, de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en voor de eerste keer in Nederland ingezetene in de zin van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens is;
- 3. de onder 1 bedoelde vreemdeling en de onder 2 bedoelde Nederlander, op wie de artikelen 2 en 4a van de Leerplichtwet 1969 niet van toepassing zijn en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt;
- 4. de onder 1 bedoelde vreemdeling en de onder 2 bedoelde Nederlander, die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en die op grond van de artikelen 4a tot en met 4c van de Leerplichtwet 1969 gedurende ten hoogste twee dagen per week het daar bedoelde onderwijs geregeld zou dienen te volgen. Artikel 4a van de Leerplichtwet 1969 is op hen niet van toepassing.
- opleidingen Nederlands als tweede taal I of II;
- opleidingen gericht op breed maatschappelijk functioneren;
- opleidingen gericht op sociale redzaamheid;
- A. Het maximum bedrag dat aan reguliere educatie mag worden besteed wordt als volgt berekend:
- als de lasten voor de educatieve component afzonderlijk zijn geadministreerd worden de werkelijke lasten van de ontvangen rijksbijdrage voor de educatieve component afgetrokken. Het restant mag aan educatie worden besteed.
- als de gemeente de lasten voor zowel de educatieve- als de welzijnscomponent als één geheel heeft geadministreerd, mag 65% van het niet aan inburgering bestede bedrag aan educatie worden besteed. Dit percentage komt overeen met het aandeel voor de educatieve component in de totale rijksbijdrage 1999.
- B. Het maximum bedrag dat aan "integratie van minderheden" mag worden besteed wordt als volgt berekend:
- als de lasten voor de welzijnscomponent afzonderlijk zijn geadministreerd worden de werkelijke lasten afgetrokken van de ontvangen uitkering voor de welzijnscomponent. Het restant mag aan Integratie van minderheden worden besteed.
- als de gemeente de lasten voor zowel de educatieve- als de welzijnscomponent als één geheel heeft geadministreerd mag 35% van het niet aan inburgering bestede bedrag aan "integratie van minderheden" worden besteed. Dit percentage komt overeen met het aandeel voor de welzijnscomponent in de totale rijksbijdrage 1999.
- C. Middelen die noch zijn ingezet voor educatie noch voor de "integratie van minderheden" kunnen worden gereserveerd voor inburgering in latere jaren. Het bedrag dat aan de reserve inburgering wordt toegevoegd, wordt opgenomen in de verantwoording.
- De beschikkingen zijn in 1999 afgegeven; de datum van de beschikking is hierbij bepalend.
- De beschikkingen zijn afgegeven aan nieuwkomers in de zin van de WIN (zie onderdeel 4.1.1D voor de definitie van nieuwkomer in de zin van de WIN).
- de verklaringen zijn in 1999 afgegeven; de datum van de verklaring hierbij bepalend;
- de verklaringen zijn afgegeven aan nieuwkomers in de zin van de WIN voor wie een beschikking is afgegeven (zie onderdeel 4.1.1D voor de definitie van nieuwkomer in de zin van de WIN).
- een document, in 1999 verstrekt door een bve-instelling, waaruit blijkt dat in 1999 de toets, bedoeld in artikel 3, tweede lid onder b, van de Onderwijsregeling is afgelegd en waaruit het door de nieuwkomer-deelnemer bereikte niveau en de mogelijkheden voor vervolgopleidingen kunnen worden afgeleid en waarbij het niveau van de nieuwkomer-deelnemer wordt gemeten in relatie tot het niveau van de opleiding Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld in artikel 7.3.1. van de WEB of;
- een document, verstrekt door een bve-instelling, waaruit blijkt dat in 1999 de nieuwkomer-deelnemer het examen, bedoeld in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal, afgenomen volgens programma I of programma II, heeft behaald.
- Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB);
- Wet inburgering nieuwkomers (WIN);
- Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers;
- Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998, BVE-1997/25041 d.d. 8 november 1997, Uitleg OCenW-regelingen nr. 28 van 19 november 1997;
- Regeling tijdelijke handhaving en wijziging van de onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1998, BVE/DenR-1998/27272 van 10 juli 1998, Uitleg OCenW-Regelingen nr. 17b van 22 juli 1998;
- de Welzijnswet 1994 (Stb. 1994, 447, gewijzigd bij Stb. 1996, 478, Stb. 1997, 68, Stb. 1997, 510, Stb. 1997, 766 en laatstelijk bij Stb. 1997, 767);
- Bekostigingsbesluit welzijnsbeleid (Stb. 1994, 909, gewijzigd bij Stb. 1995, 650, Stb. 1997, 327 en laatstelijk bij Stb. 1997, 720);
- Welzijnsregeling inburgering nieuwkomers (Stcrt. 1995, 246 gewijzigd bij Stcrt. 1996, 242 en laatstelijk bij Stcrt 1997, 230);
- Tijdelijke regeling bekostiging welzijnscomponent inburgering nieuwkomers (Stcrt. 1998, 156).