Bijlage 33 Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer

Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer

1. Het is een vrijliggend lijnvormig landschapselement met opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken, met uitzondering van wilgsoorten en populieren, met een bedekking van minimaal 90% (zie bijlage 48). 2. Het element bestaat uit maximaal 2 rijen van opgaande bomen. 3. Het element is ten minste 50 meter lang en ten hoogste 10 meter breed. 4. Het instandhouden van het element: periodiek onderhoud uitvoeren; geen werkzaamheden verrichten die wijzigingen tot gevolg hebben van het landschapselement anders dan ten behoeve van het behoud van het element; geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruiken, tenzij voor het beheer een pleksgewijze stobbenbehandeling met glyfosaat van Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik of Robinia noodzakelijk is, geen meststoffen gebruiken en niet branden in of in directe omgeving van het element; het element vrijwaren van beschadiging door vee. 5. Werkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juni en 15 maart.