Bijlage 28c Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer: beheerspakket: Grasland ten behoeve van overwinterende ganzen

Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer

1. De beheerseenheid bestaat uit grasland. 2. Op 1 november is een grassnede aanwezig met een voederwaarde van minimaal 500 kvEM. 3. Maaien om te lang gras te voorkomen is toegestaan na 27 oktober. Na 1 november is maaien en bloten niet toegestaan. 4. Beweiding met melkvee is toegestaan tot 15 november, tenzij de voederwaarde van de grassnede hierdoor niet gerealiseerd wordt. In de periode van 15 november tot en met 1 april is beweiding met melkvee niet toegestaan. Beweiding (uitgezonderd melkvee) is per beheerder vanaf 1 november tot 1 februari toegestaan met maximaal 0,45 GVE/ha (voornamelijk jongvee, paarden en schapen). Voor de bepaling van het aantal GVE/ha wordt uitsluitend de verzameling beheerseenheden waarop dit beheerspakket van toepassing is, meegenomen. 5. Het is niet toegestaan binnen de periode van 1 oktober tot en met 1 april binnen de verzameling beheerseenheden handelingen te verrichten of toe te laten die de foerageerfunctie van het gebied voor ganzen of smienten negatief beïnvloeden. Er worden geen handelingen verricht die ganzen of smienten weren of verontrusten. 6. Onderhoud van sloten, walkanten en drainagesystemen is toegestaan tot 1 februari. 7. De beheerseenheid heeft een oppervlakte van ten minste 0,5 hectare en maakt deel uit van een verzameling beheerseenheden binnen één foerageergebied met een minimum-oppervlakte van 200 hectare.