Bijlage 19 Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer
Beheerspakket: Algemeen weidevogelgebied 1. Het betreft een verzameling beheerseenheden in een terrein die bij de aanvraag voldoet aan een verdunningsfactor van ten hoogste 6. De minister kan op verzoek van de aanvrager om ecologische redenen of redenen met betrekking tot de ruimtelijke samenhang in het terrein van voornoemde factor afwijken. 2. In de verzameling beheerseenheden bevinden zich bij aanvang van het tijdvak, te rekenen per 100 ha, ten minste 25 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, graspieper, krakeend, kuifeend, wintertaling, gele kwikstaart, kwartelkoning, visdiefje, zwarte stern, paapje, grauwe gors, of bontbekplevier. 3. De beheerseenheden worden beheerd op een wijze als bedoeld in de bijlagen 12 tot en met 18 van deze regeling of door het nemen van nestbeschermingsmaatregelen. 4. Een beheerseenheid met nestbeschermingsmaatregelen is een terrein grasland of bouwland van minimaal 0,5 hectare. De uitvoering van de nestbeschermingsmaatregelen houdt ten minste in dat: 5. Bij de aanvraag kan: a. in afwijking van bijlage 16 worden aangegeven dat: b. voor de oppervlakte van een beheerseenheid als bedoeld in onderdeel 4 van deze bijlage tevens een aanvraag worden ingediend voor een beheerseenheid als bedoeld in bijlage 17. 6. Eenmaal per tijdvak kan een beheerder, die een bedrijfsvoering met bouwland niet zijnde maisland, en grasland heeft, bij de Dienst Regelingen melden dat de rustperiode genoemd in de in onderdelen 3 en 5 genoemde bijlagen voor het resterende deel van het tijdvak voor dezelfde oppervlakte op een ander bij de aanvang van het tijdvak aangegeven gedeelte van zijn grond in acht wordt genomen. De beheerder heeft op het bedrijf een kaart met een aanduiding van de locatie van de beheerseenheid. 7. Bij de aanvraag bedraagt de minimum-oppervlakte van de verzameling beheerseenheden 100 ha. 8. De beheersbijdrage per hectare p
- – de aanwezige nesten worden gemarkeerd,
- – de nesten van een deugdelijke nestbeschermer zijn voorzien, indien de beheerseenheid wordt beweid,
- – werkzaamheden zoals bemesten, rollen, slepen of maaien zodanig worden uitgevoerd dat de aanwezige nesten worden behouden, en
- – bij de beheerder een kaart aanwezig is, waarop de locatie van de gevonden en beschermde nesten staat aangegeven.
- i. een rustperiode van 1 april tot 23 mei,
- ii. van 1 mei tot en met 15 juni, of
- iii. van 8 mei tot en met 22 juni in acht wordt genomen waarbij voor de in onderdeel ii en iii genoemde gevallen vanaf 1 april niet wordt gemaaid.