Art. 17b Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer, Probleemgebieden

Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer

1. Probleemgebieden worden begrensd met inachtneming van de voorwaarden bedoeld de artikelen 17 tot en met 21 van de Verordening nr. 1257/99 van 17 mei 1999 van de Raad van de Europese Unie inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160).

2. Als probleemgebied kunnen worden begrensd:

a. diepe veenweidegebieden;

b. uiterwaarden;

c. beekdalen;

d. hellingen, en

e. gebieden, die door de minister zijn aangewezen als onderdeel van een speciale beschermingszone als bedoeld in de Richtlijnen (EEG) nr. 79/409 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103) en nr. 92/43 van de Raad van Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206).