Bijlage 24 Subsidieregeling natuurbeheer 2000

Subsidieregeling natuurbeheer 2000

In de beheerseenheid komen ten minste 2 van de meetsoorten voor uit de lijst A; of 5 uit de lijsten A en B. Ook kunnen voor het resultaat naast de hier genoemde soorten ten hoogste 2 andere soorten uit de lijsten in bijlage 62 (rode lijsten) meetellen. Bittere veldkers, Verspreidbladig goudveil, Paarbladig goudveil, Drijvende waterweegbree, Groot bronkruid, Vlottende waterranonkel, Klimopwaterranonkel, Grote waterranonkel, Haaksterrenkroos, Teer vederkruid, Beekpunge, Bronmos, Doorgroeid fonteinkruid, Rivierfonteinkruid; IJsvogel, Grote gele kwikstaart, Waterspreeuw, Bosbeekjuffer, Beekoeverlibel, Gewone bronlibel, Weidebeekjuffer, Beekrombout, Blauwe breedscheenjuffer, Vuursalamander, Franjestaart, Gewone grootoorvleermuis, Gewone baard- of Brandt’s vleermuis., Waterspitsmuis; En ten minste 90% van de oppervlakte van de beheerseenheid bestaat uit ongekanaliseerde stromende beek of duinrel met een breedte van ten hoogste 25 meter. Beheersvoorschriften: Meetsoorten monitoren. Beheer ten behoeve van instandhouding van een beek en duinrel. Corresponderend Basispakket: Bijlage 12 Basispakket: Plas en ven. Minimum oppervlakte beheerseenheid, behorende bij pluspakket Beek en duinrel: 0,1 hectare. Beheersbijdrage: