Art. 1 Vaststelling bedrag vrijstelling uit vermogen ingevolge wetten oorlogsgetroffenen per 1 januari 2000

Vaststelling bedrag vrijstelling uit vermogen ingevolge wetten oorlogsgetroffenen per 1 januari 2000

De bedragen, genoemd in artikel 19, vijfde lid, onder a, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, alsmede in de artikelen 12, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 11, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 16, tweede lid, onder b, ten tweede, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet en bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, worden als volgt herzien:

a. Wijzigt de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.

b. Wijzigt de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, de Wet buitengewoon zeelieden-oorlogsslachtoffers en de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet.

c. het vrij te laten bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt vastgesteld op f 1.386,- per jaar.