Art. 3 Sbbob
Samenwerkingsbesluit bijzondere opsporingsbevoegdheden (Sbbob)
1. Een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 141, onderdelen c of d, of artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering die geen lid is van een infiltratieteam kan worden belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie of tot stelselmatige inwinning van informatie, indien hij beschikt over de specifieke kennis en vaardigheden, benodigd voor de uitvoering van het bevel.
2. Het hoofd van het team van een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 dat is belast met de operationele ondersteuning van de infiltratieteams, beoordeelt of een opsporingsambtenaar als bedoeld in het eerste lid beschikt over de specifieke kennis en vaardigheden, benodigd voor de uitvoering van het bevel, en adviseert de officier van justitie terzake.
3. Indien de opsporingsambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie, wordt hij, gedurende de periode die nodig is voor de uitvoering van het bevel, begeleid door een begeleider van een infiltratieteam. Hij wordt niet belast met de uitvoering van een bevel tot infiltratie dan na toestemming van Onze Minister onder wiens verantwoordelijkheid hij is aangesteld.
4. Indien de opsporingsambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt belast met de uitvoering van een bevel tot stelselmatige inwinning van informatie, kan hij, gedurende de periode die nodig is voor de uitvoering van het bevel, worden begeleid door een begeleider van een infiltratieteam. De officier van justitie beslist terzake.