Art. 2 Regeling aanpassing landelijk gemiddelde personeelslast-bedragen (landelijke gpl-bedragen) in verband met de CAO 1999 - 2000, Landelijke gemiddelde personeelslast per 1 januari 2000
1. Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:
• schoolsoortgroep 1: f.128.748,47
• schoolsoortgroep 2: f.153.662,35
• schoolsoortgroep 3: f.152.022,16
• schoolsoortgroep 4: f.147.669,13
2. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl +c. Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor:
• schoolsoortgroep 1: f.1.857,49
• schoolsoortgroep 2: f.2.747,27
• schoolsoortgroep 3: f.2.348,01
• schoolsoortgroep 4: f.2.027,04
• schoolsoortgroep 1: f.18.596,28
• schoolsoortgroep 2: f. 3.148,15
• schoolsoortgroep 3: f.14.109,88
• schoolsoortgroep 4: f.17.939,88
3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats f.66.853,23, ongeacht de schoolsoortgroep.