Art. 1 Warenwetregeling drukapparatuur, Definities
Warenwetregeling drukapparatuur
In deze regeling wordt verstaan onder:
het Warenwetbesluit drukapparatuur;
hetgeen het besluit daaronder verstaat;
hetgeen PGS-richtlijn 19, versie: 1.16 210508, getiteld: Opslag van propaan daaronder verstaat, alsmede gestabiliseerde mengsels van methylacetyleen en propadieen met koolwaterstoffen;
onderzoek dat uitsluitend is gericht op het verwerven van kennis over drukapparatuur, samenstellen of druksystemen of is gericht op stoffen of processen die hierbij zijn betrokken;
drukapparatuur die als kenmerk heeft dat ze van dezelfde constructie is, uit dezelfde soort materialen is vervaardigd, onder vergelijkbare bedrijfsomstandigheden wordt bedreven en op dezelfde toe- en afvoerleidingen is aangesloten;
de toegestane tijdsduur tussen de eerste keuring voor ingebruikneming onderscheidenlijk intredekeuring en de eerste herkeuring of de toegestane tijdsduur tussen twee opeenvolgende herkeuringen;
flessen voor ademhalingstoestellen die onder de werkingssfeer van de richtlijn vallen;
brandstof of anderszins verwarmde drukapparatuur waarbij gevaar voor oververhitting bestaat, bestemd voor de productie van stoom of oververhit water met een temperatuur hoger dan 110 °C met een volume van meer dan 2 liter, die regelmatig van plaats van opstelling wisselt en geen eigendom is van de gebruiker;
Besluit risico’s zware ongevallen;
een bierinstallatie geplaatst bij de eindgebruiker, bestaande uit een of meerdere tanks, zijnde drukvaten, met een koelmantel en bijbehorende geïsoleerde installatieleidingen en onder druk staande appendages of waarbij alle onderdelen van de bierinstallatie geplaatst zijn in een geconditioneerde ruimte, waarbij de drukvaten per stuk een maximaal volume (V) hebben van 1.500 liter, de werkdrukmaximaal drie bar is en de drukvaten voorzien zijn van een kunststof of rubberen binnenmantel en gebruikmaken van lucht als drijfgas;
een bierinstallatie die op locatie wordt gebruikt waarvan alleen de bierleidingen nog dienen te worden aangesloten aan het tappunt of afleverpunt en alle onderdelen van de bierinstallatie geplaatst zijn in een geconditioneerde en afgesloten ruimte die alleen voor bevoegden toegankelijk is. De bierinstallatie bestaat uit een of meerdere tanks, zijnde drukvaten, met een koelmantel en bijbehorende geïsoleerde installatieleidingen en onder druk staande appendages, waarbij de drukvaten per stuk een maximaal volume (V) hebben van 1.500 liter, de werkdruk maximaal drie bar is en voorzien zijn van een kunststof of rubberen binnenmantel en gebruikmaken van lucht als drijfgas.