Art. 4 Zuivelverordening 2000, Gewichtsbepaling bij gebruik van rijdende melkontvangsten met volumemeetinrichting

Zuivelverordening 2000, Gewichtsbepaling bij gebruik van rijdende melkontvangsten met volumemeetinrichting

De RMO's zijn :

1. voorzien van een volumemeetinrichting die voldoet aan de in artikel 5 genoemde eisen;

2. voorzien van een doelmatige ruimte, waarin de monsters diepgekoelde boerderijmelk kunnen worden gekoeld en bewaard op een temperatuur van ten minste 0,0° C en ten hoogste 4,0° C;

3. op een duidelijke zichtbare plaats voorzien van een verzegelbare opschriftenplaat, waarop de volgende gegevens zijn vermeld:

a. het fabrikaat;

b. het fabricagenummer en het jaartal van vervaardiging;

c. het type(nummer);

d. de maximale volumestroom van de complete volumemeetinrichting, welke te allen tijde binnen de grenzen ligt, welke op de melkmeter en de luchtafscheider zijn aangegeven;

e. de kleinste ontvangsthoeveelheid (tot maximaal 200 liter; indien nodig wordt het desbetreffende opschrift van de meter aangepast);

f. de basishoeveelheid, zijnde de melkinhoud op het gemiddelde rustniveau van de volumemeetinstallatie tot de melkmeter.