Bijlage I Hygiënebesluit opfokleghennenbedrijven 1999: : Pluimvee in legbatterijen
Hygiënebesluit opfokleghennenbedrijven 1999
De ondernemer die een opfokleghennenbedrijf uitoefent en zijn pluimvee in legbatterijen houdt is niet verplicht iedere stal te splitsen in een bufferdeel en een schoon deel en op de scheiding van het bufferdeel en het schone deel van schoeisel te wisselen, mits hij voldoet aan de volgende voorwaarden: Zodra bekend wordt dat een koppel besmet is met S.e. en/of S.t. dan dient de ondernemer bij iedere stal de voorruimte weer te splitsen in een bufferdeel en een schoon deel en op de scheiding van het bufferdeel van schoeisel te wisselen. Zodra het (nieuwe) koppel weer vrij is van S.e. en of S.t. wordt weer aan voorwaarde 1 voldaan. En mits hij de hygiëne op één van de volgende wijzen heeft gewaarborgd: Hygiënesluis per bedrijfsgebouw die volledig afgescheiden is van de ruimte waarin het pluimvee gehouden wordt, waarbij een fysieke scheiding aanwezig is tussen bufferdeel en schoon deel en waar in het bufferdeel van kleding en schoeisel gewisseld wordt. In het schone deel dienen voldoende aantallen bedrijfsgebouweigen schoeisel en -kleding aanwezig te zijn. Met dezelfde kleding en schoeisel mag nooit het volgende bedrijfsgebouw worden betreden. Per bedrijf van kleding wisselen in een aparte omkleedruimte/kantine, die alleen deze functie heeft. Hier worden ook schone laarzen aangetrokken. Deze ruimte wordt gezien als de centrale hygiënesluis. Per bedrijfsgebouw is bedrijfsgebouweigen schoeisel aanwezig, dat ook bij het betreden van dat gebouw gebruikt wordt. Alle stallen binnen dit bedrijfsgebouw mogen worden betreden.
- 1. Op het bedrijf is geen S.e. en S.t. besmetting aanwezig;
- 2. Op het bedrijf wordt volgens het all in - all out principe gewerkt (dieren van één leeftijd);