Bijlage II Hygiënebesluit leghennenbedrijven 1999: :Tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan
Hygiënebesluit leghennenbedrijven 1999
INHOUDSOPGAVE 1 1 INLEIDING 1 2 INTAKE OP HET BEDRIJF 2 2.1 ALGEMENE BEDRIJFSGEGEVENS 2 2.2 HISTORIE ROND HYGIËNE EN S.E/S.T 4 2.3 PLATTEGROND VAN HET BEDRIJF 5 2.4 HET GEBRUIK VAN DE CHECKLIST 6 3 TRACEREN VAN BESMETTINGSBRONNEN OP HET BEDRIJF 7 3.1 OMGEVING EN INRICHTING BEDRIJF 8 3.2 REINIGEN EN ONTSMETTEN 11 3.4 ONGEDIERTEBESTRIJDING 14 4 TRACEREN VAN BESMETTINGSBRONNEN BIJ DE DIEREN 17 4.1 HENNEN 18 4.2 VOER 19 4.3 WATER 20 4.4 EIEREN 22 4.5 MEST 24 5 MONITORING 25 5.1 SALMONELLA - ONDERZOEK 25 5.2 INFORMATIE - OVERDRACHT 26 5.3 PROCEDURE NA BESMETTING 26 6 BESTRIJDINGSPLAN 29 6.1 OP KORTE TERMIJN 29 6.2 OP LANGERE TERMIJN 29 De Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) hebben in 1997 het “Plan van aanpak, preventie en bestrijding Salmonella in de eiersector” opgesteld. Hierin staan de maatregelen die een pluimveehouder moet nemen om Salmonella te bestrijden. Wanneer op een meerleeftijdenbedrijf S.e. of S.t. wordt geconstateerd, moet samen met de dierenarts, Gezondheidsdienst en/of een andere deskundige een uitgebreid tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan voor het bedrijf worden opgesteld om de besmetting op het bedrijf te bestrijden en een herbesmetting te voorkomen. Dit plan dient te worden opgesteld tussen de uitslag van de (bloed)monstername en het plaatsen van het volgende koppel dieren. Op het eenleeftijdbedrijf geldt dezelfde verplichting zodra de besmetting zich voor een tweede achtereenvolgende keer op het bedrijf voordoet. Wanneer het tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan niet succesvol blijkt te zijn, kan de PVE aanvullende eisen aan het bedrijf stellen wat betreft inrichting, bestrijdings- en beheersingsmaatregelen en de logistiek en bestemming van de eieren. Dit Handboek biedt een handleiding voor het traceren, monitoren en bestrijden van S.e./S.t. op legbedrijven middels een op maat geschreven Bedrijfshygiëneplan. Het Bedrijfshygiëneplan zal per specifiek (besmet) bedrijf richting geven aan een nieuwe opzet waarbij de kans op (her
- schoeisel
- wasbak
- kleding
- plaats waar de ratten en muizen met gif worden gevoerd.
- waar voer het bedrijf binnen komt
- de voersilo’s en andere opslagplaatsen van voer
- de vulpijpen
- eventuele waterbron of waterkranen voor drinkwater voor de hennen.
- route van de eieren, spijlenband
- raapruimte
- opslag van de eieren
- opslag van de lege containers
- opslag van de verpakking
- de mestopslag(en)
- de opslag van strooiel
- de afvoerroute van de mest
- de route van het strooisel
- Stomen in plaats van normaal ontsmetten
- Extra buffer (omkleedruimte) na centrale hygiënesluis tussen voer- en sorteerruimte en afdelingen per stal
- Aanpassen volgorde contrôle kippen
- Aanpassen volgorde rapen/sorteren eieren
- Eventueel antibioticakuur volgens protocol o.l.v. GD
- Enten tegen S.e. in de opfokperiode
- Aanzuren van het voer, of geëxpandeerd voer i.p.v. meel gebruiken
- Elke maand controleren op S.e. middels ei- en/of bloedonderzoek
- Extra hygiëne bij betreden en na bezoek besmette stal (verplicht)
- Handen wassen bij binnenkomen én verlaten van besmette stal (verplicht)
- Pas weer opzet als de stal vrij is van S.e./S.t. (verplicht)
- Apart schoeisel en kleding voor de ontsmette stal (verplicht)