Bijlage VI Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven 1999: : Eisen aan de borgingssystematiek voor eigen monstername door de pluimveehouder
Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven 1999
De pluimveehouder, die zelf monsters neemt ten behoeve van het onderzoek naar Salmonella en Campylobacter, volgens de in bijlage II en III vermelde bemonsteringsmethoden moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
- 1. De monsters moeten worden genomen volgens de voorschriften in bijlage II en III van dit besluit.
- 2. De uitslagen van de monstername uitgevoerd in de slachterij, volgens de in de bijlage van het Besluit Blindedarmcontrole beschreven onderzoeksmethodiek, moeten worden teruggekoppeld aan de pluimveehouder.
- 3. Wanneer in een stal bij twee koppels achtereen een afwijking wordt geconstateerd tussen de uitslag van de monstername genomen volgens de voorschriften in bijlage II of III van dit besluit en de uitslagen van de in de bijlage van het Besluit Blindedarmcontrole genomen monsters, wordt de controle-instantie geïnformeerd. De controle-instantie zal dan minimaal driemaal bij de volgende monsternames aanwezig zijn.
- 4. Indien de controle-instantie constateert dat de monstername naar behoren wordt uitgevoerd, mag de pluimveehouder na minimaal drie monsternames onder toezicht van de controle-instantie, deze weer zelfstandig uitvoeren.