Bijlage II Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven 1999: : Werkvoorschrift voor het nemen van mestmonsters voor Salmonella.
Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven 1999
Dit werkvoorschrift beschrijft de mestmonstername zoals voorgeschreven is in het kader van het onderzoek naar Salmonella bij vleeskuikens voor het afleveren. De monsters worden genomen door of namens de eigenaar. De monstername moet plaatsvinden volgens methode A. of via methode B. Monsters dienen te worden geanalyseerd op alle typen Salmonella. Wanneer de monsters Salmonella-positief zijn, dienen zij te worden getypeerd naar de hoofdgroepen. Indien er twijfel bestaat ten aanzien van de oorzaak van de besmetting, dient een nadere serotypering te worden gedaan. Indien het serotype Salmonella paratyphi B var. Java wordt geconstateerd via het mestonderzoek, moeten de besmetting en het betrokken pluimveebedrijf (via KIP- nummer) binnen 48 uur worden gemeld bij het Productschap. De pluimveehouder is hiervoor verantwoordelijk.
- wattenstaafjes/swabs (steriel).
- steriele plastic potten zonder binnendeksel of plastic zakken
- etiketten.
- inzendformulier.
- Er dienen 30 monsters per stal genomen te worden met behulp van wattenstaafjes. Bij voorkeur moeten dit verse blindedarm-mestmonsters zijn (dat is bruine, glimmende mest). Indien deze niet of onvoldoende aanwezig zijn moet dit vervangen/aangevuld worden door cloaca-monsters.
- De monsters dienen evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.
- Op deze wijze kan een Salmonella besmetting bij tenminste 10% van de dieren met 95% zekerheid worden aangetoond.
- Was voor de monstername altijd uw handen
- Neem met behulp van een wattenstaafje het blindedarm-mestmonster (ca. 1 gram mest) of cloaca monster (daarbij dient het wattenstaafje duidelijk zichtbaar besmeurd te worden).
- Zet het wattenstaafje in een plastic pot (per pot 15 wattendragers bij elkaar).
- Breek het met de handen aangeraakte eind van het staafje af zonder het deel in de pot aan te raken. Verzamel op deze wijze 2 potten à 15 monsters. Wanneer gebruik wordt gemaakt van individueel in buisjes verpakte swabs, worden deze gewoon teruggeplaatst in de buisjes. Deze dienen in het laboratorium tot twee monsters worden verwerkt.
- Sluit iedere pot direct na het vullen zorgvuldig.
- Voorzie de pot van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, stalnummer en KIP nummer.
- Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de monsterdatum, het stalnummer en de afzender (KIP-nummer).
- De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de Voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.
- De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.
- 2 paar overschoentjes (steriel).
- steriele plastic zakken
- etiketten.
- inzendformulier.
- Er dient per stal tweemaal bemonsterd te worden met een apart paar overschoentjes.
- Het monster moet evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.
- Was voor de monstername altijd uw handen.
- Trek in de stal over het staleigen schoeisel een paar overschoentjes aan.
- Loop een volledige ronde door de stal.
- Doe de overschoentjes bij het verlaten van de stal in een steriele plastic zak.
- Per stal dienen twee paar overschoentjes te worden ingestuurd. De werkwijze moet dus worden herhaald.
- Per stal mogen de overschoenen in één pot of zak naar het erkende laboratorium worden gestuurd. Het laboratorium zal één analyse op het gepoolde monster uitvoeren.
- Sluit iedere zak direct na het vullen zorgvuldig.
- Voorzie de zak van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, stalnummer en KIP nummer.
- Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de monsterdatum, het stalnummer en de afzender (KIP-nummer).
- De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de Voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.
- De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.