Art. 1 Vrijstellingsregeling artikel 2 Diergeneesmiddelenwet 1999
Vrijstellingsregeling artikel 2 Diergeneesmiddelenwet 1999
In deze regeling wordt verstaan onder:
Diergeneesmiddelenwet ;
geregistreerd en voorhanden op de Nederlandse markt;
a. ziekte, ziekteverschijnsel, pijn, verwonding, gebrek of suboptimale prestatie van een dier waarbij de noodzaak aanwezig is tot behandeling, of
b. het onderkennen van een ziekte of gebrek bij een dier door toepassing van een diergeneesmiddel;
reactie die schadelijk en ongewild is en die optreedt bij doses die normaal bij het dier voor preventie, voor het stellen van een diagnose, voor de behandeling van een ziekte, of voor de wijziging van een fysiologische functie worden gebruikt;
niet aflatende aandoening of pijn die het dier kennelijk veel ongemak toebrengt;
maximumwaarde voor residuen;
Bureau Bijwerkingen Diergeneesmiddelen, Postbus 10, 6700 AA Wageningen;
verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad van de Europese Unie van 26 juni 1990 houdende een communautaire procedure tot vaststelling van maximumwaarden voor residuen van genees-middelen voor diergeneeskundig gebruik in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEG L 224);
richtlijn nr. 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 311).