Bijlage 2 Uitvoeringsregeling BSE 1999-IV
Uitvoeringsregeling BSE 1999-IV
Doelstelling van het programma Apparaten is het bereiken van substantiële energiebesparing bij apparaten door techniekverbetering en het veranderen van aankoop- en gebruikersgedrag. Het programma heeft betrekking op elektrische en gasgestookte apparaten gebruikt in woningen en utiliteitsgebouwen. Onder apparaten wordt verstaan vrijstaande apparaten en (componenten van) installaties. Binnen het programma wordt prioriteit gegeven aan projecten die betrekking hebben op: De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Ad a. De slaagkans van de projecten moet zijn aangetoond. Voor de beoordeling van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met het financiële draagvlak van de aanvrager. Demonstratie- en marktintroductieprojecten kunnen worden ondersteund als de technische en financieel/economische haalbaarheid voldoende zijn aangetoond. Ad b. Uiterlijk in 2010 moet een substantiële energiebesparing zijn bereikt. De projectkosten worden getoetst aan de energieverdiensten in termen van kosten per hoeveelheid bespaarde primaire energie in 2000, 2005 en 2010. Projecten met een duidelijk resultaat binnen 2 jaar krijgen de voorkeur. Ad c. Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met de mate waarin CO2-emissie wordt vermeden (ton/jaar). Ad d. Het herhalingspotentieel en het maatschappelijk draagvlak bij relevante marktpartijen is tevens van belang. Ad e. Onder het nieuwheidscriterium wordt verstaan: Het betreft hier voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen. Ad f. Bijdragen van marktpartijen kunnen in materiële of immateriële zin zijn. Ad g. In toenemende mate vormen vrijstaande apparaten en (componenten
- vrijstaande apparaten voor witgoed, bruingoed, woonhuisverlichting, apparatuur voor informatietechnologie en communicatie (grijsgoed), productkoeling (voor toepassing in detailhandel, horeca en ambacht);
- (componenten van) installaties voor tapwaterverwarming, ruimteverwarming, ventilatie, koeling en utilitaire verlichting.
- haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratieprojecten, marktintroductieprojecten en kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot energiezuinige vrijstaande apparaten: witgoed, bruingoed, woonhuisverlichting, apparatuur voor informatietechnologie en communicatie en productkoeling;
- haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratieprojecten en marktintroductieprojecten met betrekking tot innovatieve technieken voor installaties voor warmtapwater en klimatisering in woningen en/of utiliteitsgebouwen alsmede voor verlichting in utiliteitsgebouwen;
- projecten met betrekking tot het ontwikkelen van of overdragen van kennis over informatiehulpmiddelen (zoals labels of praktijkrichtlijnen) om de aanschaf van energiezuinige apparaten en installaties te stimuleren;
- haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratieprojecten en marktintroductieprojecten gericht op technische gedragssturing ten behoeve van energiebesparing, waarbij onder technische gedragssturing wordt verstaan het beïnvloeden van gebruikersgedrag door middel van technische voorzieningen in apparatuur;
- kennisoverdrachtprojecten waarin voorlichting wordt gegeven aan consumenten, gebruikers en professionele inkopers van apparaten met het oog op de aanschaf van energiezuinige apparaten en het energiebewust gebruik van apparaten;
- kennisoverdrachtprojecten over individuele warmtekostenverdeelsystemen ter bevordering van deze toepassing bij onbemeterde woningen van één eigenaar, uit te voeren door woningbeheerders of -eigenaren.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de termijn waarop substantiële energiebesparing kan worden bereikt;
- c. de milieuverdienste van het project;
- d. de mate waarin het project reproduceerbaar is of de (kost)prijsverlaging van een voor het programma relevante techniek en, bij installaties, de mate waarin verwacht mag worden dat de resultaten van het project tot aanscherping van de energieprestatienormering (EPN) kunnen leiden ofwel de mogelijkheden van energiebesparing in de bestaande bouw vergroten;
- e. de nieuwheid van het project;
- f. de projectkosten en de bijdragen van marktpartijen in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- g. de mogelijkheden voor internationale samenwerking en participatie in een stimuleringsprogramma van de Europese Unie.
- toepassing van nieuwe dan wel vernieuwende technologie
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologie
- fabrikanten en industriële ontwikkelaars van vrijstaande apparaten of (componenten van) installaties;
- instellingen voor onderzoek en ontwikkeling;
- adviesbureaus;
- (ketens van) bedrijven in elektrodetailhandel en inkooporganisaties;
- consumentenorganisaties.