Bijlage 3 Uitvoeringsregeling BSE 1999-III
Uitvoeringsregeling BSE 1999-III
De doelstelling van het programma is de ontwikkeling en de realisatie van een energie-infrastructuur in woningbouw herstructureringsgebieden en/of bij grootschalige renovatie van woningen (bestaande bouw) waarbij voor het functioneren van de betreffende locatie een minimale inzet van fossiele brandstoffen en zo laag mogelijke uitstoot van CO2 en NOx bereikt zal worden. Daarbij dient de energievraag van de bouwlocatie in samenhang met voorzieningsmogelijkheden en/of energieverbruikers in de omgeving beschouwd te worden. Daartoe dienen lokaal de technische en economische mogelijkheden ten volle te worden benut teneinde te komen tot een optimale energie-infrastructuur binnen de lokaal, c.q. regionaal haalbare besluitvorming, welke objectief en transparant dient te zijn. De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor subsidie in aanmerking komen zijn: Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het een bestaande wijk betreft met 250 of meer woningen, die gebouwd zijn in de periode 1945‐1980 en die eigendom zijn van in totaal niet meer dan vijf eigenaren en het een wijk betreft waar (gedeeltelijke) herziening van de bestaande energievoorziening aan de orde is in het kader van een renovatie. De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Aanvragen kunnen worden ingediend door gemeenten, provincies, energiebedrijven of consortia waarin een gemeente participeert. Ad c. Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met: Ad d. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt rekening gehouden met het draagvlak voor energiebeleid, in welk kader de subsidie wordt aangevraagd, en met het effect dat de studie zou kunnen hebben op het lokale besluitvormingproces. Ad e. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt rekening gehouden met de planning van de realisatie van de verschillende locaties. Aanvragen die betrekking hebben op besluiten die spoedig genomen zullen wor
- haalbaarheidsprojecten naar de mogelijke opties voor de optimale energie-infrastructuur voor te renoveren wijken; de subsidie bedraagt maximaal f 30.000,00 per project;
- haalbaarheids- en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, gericht op oplossing van problemen of uitwerking van opties ten aanzien van de implementatie van een optimale energie-infrastructuur; de subsidie bedraagt maximaal f 25.000,00 per project.
- a. het toe te passen rekenmodel;
- b. de mate waarin de resultaten van het project overdraagbaar zijn naar andere grote bouwlocaties;
- c. de milieuverdienste van het project;
- d. de mate waarin bestuurlijk draagvlak bestaat voor het aanscherpen van het energiebeleid;
- e. de planning met betrekking tot de besluitvorming ten aanzien van de ontwikkeling en de realisatie van de locatie;
- f. de mate waarin in het project combinatiemogelijkheden tussen nieuwbouw en bestaande bouw (hybride bouw) bestaan;
- g. de mate waarin het een bovengemeentelijk project betreft.
- de mate waarin CO2-emissie wordt vermeden;
- de mate waarin emissies van andere milieu-schadelijke stoffen worden gereduceerd.