Bijlage 2 Uitvoeringsregeling BSE 1999-III
Uitvoeringsregeling BSE 1999-III
Het doel van het programma NETTO is het bevorderen van de toepassing van energie-efficiënte transformatie-, transmissie- en opslagtechnieken zodanig dat maximaal wordt bijgedragen aan de vermindering van de inzet van primaire brandstof. De technieken moeten bijdragen aan een verhoging van het omzettingsrendement van de productie van energie. Het programma bestaat uit twee onderdelen. Het programma ondersteunt haalbaarheidsprojecten gericht op voorgenomen demonstratie- of marktintroductieprojecten. Het programma ondersteunt demonstratie en marktintroductie van een verbeterde transformatie-, transmissie- of opslagtechniek dan wel een combinatie van deze technieken. Het programma richt zich op projecten die betrekking hebben op (combinaties van) technieken Het programma richt zich niet op de winning van primaire brandstof, nucleaire energieopwekking en vervoermiddelen en op de verbreding van de inzet van uitsluitend warmtepompen, windmolens, zonne-energie, waterkracht en aardwarmte. De projecten die voor subsidie in aanmerking komen dienen in ieder geval te voldoen aan de volgende voorwaarden: De subsidie voor een haalbaarheidsproject bedraagt 50% van de projectkosten, met een maximum van f 50.000,00. De subsidie voor een demonstratieproject bedraagt 30% van de projectkosten, en voor het midden- en kleinbedrijf 40% van de projectkosten, voor zover deze niet meer bedragen dan f 1.000.000,00, en 20% voor zover de projectkosten meer dan f 1.000.000,00 bedragen. De subsidie bedraagt maximaal f 1.000.000,00. De subsidie voor een marktintroductieproject bedraagt 20% van de projectkosten, en voor het midden- en kleinbedrijf 25% van de projectkosten, met een maximum van f 1.000.000,00. Onder het midden-en kleinbedrijf wordt verstaan kleine of middelgrote ondernemingen in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese Gemeenschappen (PbEG 1996, C 213). Aanvragen voor demonstratie- en mark
- waarbij een significante verbetering van het omzettingsrendement wordt gerealiseerd ten opzichte van reeds bestaande technieken;
- waardoor de toepassingsmogelijkheid van de techniek(en) wordt verruimd.
- a. het project moet een reële slaagkans hebben;
- b. verplichtingen ten aanzien van het project mogen nog niet zijn aangegaan op het moment van aanvragen;
- c. het moet aannemelijk zijn dat binnen een jaar na de beoogde datum van subsidietoezegging opdracht wordt gegeven voor het voorgenomen demonstratie- en marktintroductieproject en dat het project binnen 2 jaar na de beoogde datum van subsidietoezegging zal zijn gerealiseerd; indien er vertraging optreedt in het vergunningentraject kunnen bovengenoemde termijnen met maximaal twaalf maanden worden verlengd; demonstratie- en marktintroductieprojecten kunnen slechts dan voor subsidie in aanmerking komen indien de technische en financieel/economische haalbaarheid voldoende aannemelijk is gemaakt; voor haalbaarheidsprojecten moet het aannemelijk zijn dat deze binnen 6 maanden na de beoogde datum van subsidietoezegging zijn afgerond;
- d. de projectkosten van een haalbaarheidsproject dienen ten minste f 25.000,00 te bedragen;
- e. in het project moet aandacht worden besteed aan de totale energiehuishouding op de beoogde locatie en aan mogelijke andere toepasbare systemen, apparaten of technieken.
- a. de nieuwheid van het project;
- b. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstelling van het programma;
- c. de mate van betrokkenheid van de apparatenbouwende industrie (aanbodzijde) en/of organisaties aan de gebruikerszijde;
- d. de milieuverdienste van het project;
- e. de mate waarin kennisoverdracht zal plaatsvinden;
- f. de mate waarin het project past in een aanwezig innovatietraject van de aanvrager of dat van anderen;
- g. de relevantie voor andere doelstellingen van nationaal en internationaal energiebeleid.
- de mate waarin emissie van andere milieuschadelijke stoffen wordt gereduceerd;
- in hoeverre wordt vermeden dat verschuivingseffecten van milieuproblemen van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.