Bijlage 1 Uitvoeringsregeling BSE 1999-III
Uitvoeringsregeling BSE 1999-III
Het NECST-programma richt zich op de ontwikkeling van nieuwe energieconversie-systemen en -technologieën met uitzondering van systemen en technologieën die betrekking hebben op zonne- en windenergie. Daarbij richt het programma zich met name op: Hiermee wordt beoogd het energievoorzieningssysteem te verbeteren. Een aantal ontwikkelingen en verkenningen kan in het kader van NECST ondersteund worden om de beoogde verbetering binnen bereik te brengen. Daarbij wordt bij alle ontwikkelingen het oog gehouden op de te bereiken energiebesparing en het traject dat doorlopen moet worden tot uiteindelijk commercieel succes. De doelstelling van het programma is om door middel van de ondersteunde projecten zicht te geven op een totale energiebesparing van ca. 20 PJ/j in 2010. Tevens richt NECST zich op het aangeven van mogelijkheden voor inpassing van nieuwe energieconversie-systemen en -technologieën in het energievoorzieningssysteem. Uiteindelijk worden richtinggevende perspectieven voor de ontwikkeling van de toekomstige energie-infrastructuur gegenereerd. De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten en in beperkte mate demonstratieprojecten gericht op de volgende aandachtsgebieden. Sleutelbegrippen zijn hier decentralisering, rendementsverbetering, kostprijsverlaging, marktpotentie, brandstofflexibiliteit en innovatief karakter. Voor gebruik in bijvoorbeeld de gebouwde omgeving wordt een focus voorzien op hoog-efficiënte mini- en micro-warmte/kracht (bijvoorbeeld kleine verbrandingsmotoren, kleine gasturbines, stirlingmotoren, etc.) en innovatieve warmtepomptechnologie (bijvoorbeeld akoestische of absorptiesystemen). Voor gebruik op bijvoorbeeld industrieterreinen kan het gaan om efficiënte en flexibel inzetbare units die warmte en kracht leveren met een ordegrootte van 100 kW tot enige MW. Daarbij dienen rendementsverbetering, prijs/prestatie verhouding
- 1) Technologische ontwikkeling voor decentrale energieconversie-systemen en -technologieën en
- 2) Systeemverkenningen van de hierbij behorende energie-infrastructuur.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de potentiële energie- en milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van het overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een innovatief ontwikkelingstraject van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot het beschikbare budget en in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- f. de nieuwheid van het project;
- g. de mate van bijdrage aan de synergie van de activiteiten op het gebied van de h. energieconversietechnologieën in Nederland;
- h. de mate van betrokkenheid van de industrie bij het project, met name met betrekking tot de vaststelling van de technische en economische haalbaarheid en vervolgens de formulering en invulling van het ontwikkelingstraject tot en met commercialisatie;
- i. de mate van betrokkenheid van de energiesector bij het project, met name met betrekking tot de invulling van de rol van launching customer.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën;
- nieuwe combinaties van bestaande technologieën die tot een hoger rendement en zo mogelijk geringere emissie leiden.
- uitvinders;
- universiteiten en andere kennisinstellingen;
- de energiesector;
- industriële ontwikkelaars en fabrikanten van componenten, apparaten en systemen, advies- en ingenieursbureaus en potentiële investeerders in en exploitanten van systemen voor energieproductie.