Bijlage 1 Thema's centraal examen en staatsexamen klassieke taal en letterkunde 2001: syllabus CE Grieks 2001
Thema's centraal examen en staatsexamen klassieke taal en letterkunde 2001
Kernauteur: Herodotus genre: historisch proza subtitel: politieke praktijk(en). Staatsvormen in het licht van Herodotus" geschiedschrijving aanbevolen editie: C. Hude, OCT Op het ogenblik lijken we het einde van de politieke ideologieën te beleven. In deze politieke constellatie is het interessant te kijken naar de manier waarop in het antieke Griekenland tegen het politieke bedrijf werd aangekeken. Het pensum beoogt een kennismaking met in het (vroeg) klassieke Griekenland voorkomende staatsvormen (vooral alleenheerschappij en democratie). Wat zijn de positieve en negatieve kanten van deze staatsvormen, hoe verhouden theorie en praktijk van de politiek zich tot elkaar? De centrale tekst is de Historiën van Herodotus. Dit geschiedwerk biedt een rijke illustratie van al deze staatsvormen, inclusief de oosterse varianten van alleenheerschappij, gezien door de bril van een vijfde eeuwse Griekse intellectueel. Grieks In vertaling Introductie Herodotus: Prooemium I.0 Alleenheerschappij: A. Herodotus Deiokes I.96-7 I.95-100 Een voorbeeld van alleenheerschappij met positieve kanten (de keuze voor Deiokes als heerser is gebaseerd op een duidelijk criterium: zijn rechtvaardigheid) en negatieve kanten (Deiokes’ alleenheerschappij betekent een verlies van vrijheid voor de rest; Deiokes’ rechtvaardigheid staat in dienst van zijn machtsstreven; zijn regering creëert bewust afstand tussen heerser en burger). Relevantie: afstand politiek: burger; geheime politie Amasis II.162-3, 172-3 II.161, 177 Een voorbeeld van onorthodoxe maar succesvolle alleenheerschappij. Amasis’ ontspannen opvatting van zijn positie leidt tot voorspoed in Egypte (en zijn eigen behoud). Relevantie: heerser dicht bij het volk (denk aan moderne koningshuizen) Polycrates III.39-43, 120-5 De val van de alleenheerser Polycrates toont de fatale gevolgen van te grote gehechtheid aan macht en geld. Relevantie: val van absolute vorsten en dictators Darius III.84-7 De manier waarop Darius koning wordt (een mengeling
- I. oligarchisch bewind van aristocraten (Korinthe en sommige klein-Aziatische stadstaatjes)
- II. democratie (als eerste in Athene)
- III. geheel eigen combinatie van koningschap en oligarchie in Sparta. De basis voor het democratische bestuur in Athene is de dèmos: een dorp of Atheense wijk. De burgers van een deme komen in vergadering bijeen voor het regelen van plaatselijke kwesties, bijvoorbeeld religieuze festivals of ordehandhaving. Alle volwassen mannelijke burgers komen circa tien keer per jaar bijeen in de ekklesia (volksvergadering). De agenda van de volksvergadering wordt vastgesteld door de boulè (de raad). De raad bestaat uit vijf honderd voor één jaar gekozen mannen. De raad komt heel vaak bijeen. Haar voornaamste taak is het opstellen van preadviezen voor de volksvergadering. De uitvoerende macht is in handen van gedeeltelijk gekozen, gedeeltelijk door loting geselecteerde beambten, vooral archontes en strategoi. De politieke macht in Sparta is in handen van de "raad van ouden" (gerousia), die uit achtentwintig leden en de twee koningen bestaat. De twee erfelijke koningen fungeren in feite alleen als legeraanvoerder in tijden van oorlog. Daarnaast zijn er vijf magistraten (ephoren) en een volksvergadering, die slechts enkele malen per jaar bijeenkomt. Hoewel de Griekse stadstaten in Klein-Azië proberen onder het Perzisch bewind uit te komen wegens de zware belastingen die de Perzen hun opleggen, worden ze na de Ionische Opstand (499-494 v.Chr.) opnieuw onder de Perzische macht gebracht. De veroveringsdrang van de Perzen en het feit dat Athene de Griekse steden in Klein-Azië had gesteund in de Ionische Opstand, waarvoor het in de ogen van de Perzen gestraft moest worden, leidt tot aanvallen van de Perzen op Griekenland. De eerste aanval, ten tijde van Darius, eindigt in een vernietiging van de vloot bij Kaap Athos door een storm. In een tweede expeditie worden de Perzen in de slag bij Marathon verslagen (490 v. Chr.). In 480 v.Chr. trekt de opvolger van Darius, Xerxes, met een groot leger en een vloot opnieuw tegen Griekenland op, maar wordt in de zeeslag bij Salamis verslagen (480 v. Chr.). Het landleger, dat in Griekenland achterblijft, wordt in 479 v.Chr. verslagen bij Plataeae. Om verdere aanvallen van de Perzen af te slaan wordt op voorstel van Themistokles door Athene en verschillende andere Griekse steden en eilanden de Delisch-Attische Zeebond opgericht, waaraan alle leden schepen en manschappen leveren en waarover Athene de leiding heeft. Gaandeweg ontwikkelt Athene's leidende positie zich tot imperialisme, dat op zijn beurt leidt tot een verwijdering tussen Athene en Sparta. In 446 v. Chr. komt het tot een vredesregeling met Sparta. Pericles maakt gebruik van de vrede om Athene's positie in de Griekse wereld economisch, maatschappelijk, cultureel en militair te versterken. Het Atheense imperialisme leidt tot een nieuwe machtsstrijd met Sparta, de Peloponnesische Oorlog (431-404 v.Chr.), waarin Athene uiteindelijk het onderspit delft. Het Perzische rijk ontstaat in het midden van de zesde eeuw v. Chr., als Cyrus, de eerste Perzische koning, het rijk van de Meden verovert. Hij verslaat onder andere Croesus, koning van Lydië, en brengt daarmee ook de Griekse steden van Klein-Azië onder Perzisch bewind. Hij sterft tijdens een expeditie tegen de Scythen. Hij wordt opgevolgd door Cambyses. Deze verovert Egypte en stoot door tot Nubië en Libië. Onder zijn opvolger Darius wordt het Perzische rijk geconsolideerd. Darius en zijn opvolger Xerxes doen vergeefse pogingen Griekenland in te lijven. De politieke organisatie van het Perzische rijk is vooral toe te schrijven aan Darius. Hij probeert van het immense Perzische rijk een eenheid te maken door de invoering van onder andere nieuwe wetgeving en een nieuw schrift. Het Perzische rijk was opgedeeld in provincies, de ruim twintig zogenaamde satrapieën, bestuurd door satrapen. Satrapieën moesten jaarlijks belasting betalen aan de Perzische koning. In de praktijk zijn de satrapen vrij zelfstandige heersers.
- epanalepsis (na een - kleine of grote - digressie wordt het hoofdverhaal weer opgepakt door woordelijke herhaling van een hele zin, of door samenvatting in de vorm van een participium);
- ringcompositie (aan het begin of eind van een kleinere of grotere narratieve eenheid vinden we vaak woordherhaling, zodat de narratieve eenheid als eenheid gemarkeerd wordt);
- woordherhaling (bijvoorbeeld de herhaling van een woord uit de verteller-tekst in een speech en vice versa of tussen verschillende speeches).
- prospectie en retrospectie;
- tempo;
- scène (verteltijd=vertelde tijd), vaak met speeches;
- versnelling (verteltijd<vertelde tijd);
- vertraging (verteltijd>vertelde tijd)