Art. 4 Regeling aanpassing landelijk gemiddelde personeelslastbedragen in verband met de ZKOO-uitkering en de CAO 1999 - 2000, Landelijke gemiddelde personeelslast per 1 februari 1999

Regeling aanpassing landelijk gemiddelde personeelslastbedragen in verband met de ZKOO-uitkering en de CAO 1999 - 2000

1. Voor de directie bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats:

• schoolsoortgroep 1: ƒ 128.534,11

• schoolsoortgroep 2: ƒ 153.406,51

• schoolsoortgroep 3: ƒ 151.769,06

• schoolsoortgroep 4: ƒ 147.423,28

2. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule: cf x ggl + c. Daarbij is: cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt voor: ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt voor:

• schoolsoortgroep 1: ƒ 1.831,61

• schoolsoortgroep 2: ƒ 2.695,30

• schoolsoortgroep 3: ƒ 2.296,72

• schoolsoortgroep 4: ƒ 1.997,37

• schoolsoortgroep 1: ƒ 18.337,22

• schoolsoortgroep 2: ƒ 3.088,59

• schoolsoortgroep 3: ƒ 13.801,63

• schoolsoortgroep 4: ƒ 17.677,16

3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 66.034,34, ongeacht de schoolsoortgroep.