Bijlage 8 Uitvoeringsregeling BSE 1999-II
Uitvoeringsregeling BSE 1999-II
Het doel van het programma is het bevorderen van de toepassing van innovatieve energiebesparende technieken in de industrie. In het kader van deze doelstelling richt het programma zich op de totstandkoming van demonstratie- en marktintroductieprojecten gericht op deze toepassingen. Daarbij wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke energiebesparing in relatie tot de verstrekte subsidie en naar een zo groot mogelijke voorbeeldwerking en navolging van de betreffende projecten. Het programma wordt uitgevoerd in de vorm van een oproep voor het indienen van projectvoorstellen (tender). De projecten die voor subsidie in aanmerking komen dienen in ieder geval te voldoen aan de volgende voorwaarden: in het geval van een samenwerkingsverband dient tenminste één van de deelnemers aan dat samenwerkingsverband tot één van deze categorieën bedrijven te behoren; Aanvragen die aan de wettelijke voorschriften en aan de bovengenoemde voorwaarden voldoen, worden beoordeeld en gerangschikt door een onafhankelijke adviescommissie. Deze rangschikking vindt plaats op basis van een vergelijking van de geschiktheid van de projecten om bij te dragen aan de doelstelling van het programma aan de hand van: Bij de rangschikking zal de factor die uit het eerste criterium voortvloeit tweemaal zo zwaar wegen als de factor die voortvloeit uit het tweede criterium. De subsidieverlening geschiedt overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma’s. De subsidie bedraagt niet meer dan de gevraagde subsidie en bedraagt ten hoogste f 1.000.000,00 per project. Bij de berekening van de energiebesparing in het kader van dit programma worden de volgende equivalenten toegepast: Onder procesvernieuwing wordt in het kader van dit programma verstaan het aanbrengen van wijzigingen in productieprocessen met het doel de energie-efficiency te verbeteren door: Onder het verbeteren van de energie-efficiency wordt verstaan het verbeteren van de verhouding tussen de hoeveelheid gebruikte e
- het project dient dusdanig innovatief en reproduceerbaar te zijn dat het binnen Nederland een voorbeeldfunctie op het gebied van verbetering van de energie-efficiency kan vervullen;
- de verwachte energiekostenbesparing in het kader van het project dient in verhouding tot de geraamde projectkosten dusdanig te zijn, dat het project om die reden rendabel is te achten;
- terzake van het project mogen door de aanvrager ten tijde van de aanvraag nog geen verplichtingen zijn aangegaan, met uitzondering van voorbereidingskosten die naar het oordeel van Novem niet bepalend zijn voor het al dan niet doorgaan van het project;
- de aanvrager is een ondernemer of een samenwerkingsverband van ondernemers;
- het project dient te worden uitgevoerd in een bedrijfstak die onderdeel uitmaakt van de categorie bedrijven die in de Standaardbedrijfsindeling 1993 van het Centraal Bureau voor de Statistiek is ingedeeld in de hoofdgroepen 15 tot en met 37, alsmede:
- a. industriële wasserijen (code 93011 en 93012);
- b. koelhuizen (code 63122);
- c. aardolie- en gaswinning (code 1110);
- d. waterproductiebedrijven (code 4100);
- het project dient gericht te zijn op energiebesparing in industriële productieprocessen binnen de onderneming van de aanvrager of in het geval van een samenwerkingsverband binnen de onderneming van één van de deelnemers in het samenwerkingsverband, dan wel als gevolg van een wijziging in het industriële productieproces van één van de deelnemers in het samenwerkingsverband te leiden tot energiebesparing bij een andere deelnemer in het samenwerkingsverband;
- het project dient gericht te zijn op procesvernieuwing.
- 1. de verwachte energiebesparing die in het kader van dat project zal worden gerealiseerd in relatie tot de voor het project gevraagde subsidie (hoe hoger het aantal jaarlijks bespaarde kubieke meters aardgas of het equivalent daarvan per gulden gevraagde subsidie, hoe hoger de rangschikking);
- 2. het perspectief op energiebesparing elders in Nederland dat door een verwachte navolging van het project aanwezig is in relatie tot de voor het project gevraagde subsidie (hoe groter het perspectief op energiebesparing in Nederland, uitgedrukt in het aantal jaarlijkse bespaarde kubieke meters aardgas of het equivalent daarvan per gulden gevraagde subsidie, hoe hoger de rangschikking).
- 1 kWh elektriciteit komt overeen met 0,28 kubieke meter aardgas;
- 1000 liter huisbrandolie komt overeen met 1200 kubieke meter aardgas;
- 1 ton stookolie komt overeen met 1300 kubieke meter aardgas;
- 1 ton steenkool komt overeen met 925 kubieke meter aardgas.
- a. het koppelen of samenvoegen van industriële processtromen, al of niet met aanpassing van de procesparameters, teneinde een optimalisatie van warmte- en massastromen in het proces, al dan niet in combinatie met andere processen, te verkrijgen (procesintegratie), of
- b. het invoeren van verbeterde apparatuur voor mechanische processen zoals malen, scheiden (incl. membranen), persen, pompen, enzovoort, of
- c. het toepassen van vernieuwende productie- of procestechnologieën, waaronder begrepen het op een energie-efficiëntere wijze voldoen aan milieueisen, of
- d. het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande productie- of procestechnologieën, of
- e. het aanpassen van de interne infrastructuur, of
- f. het benutten van energie uit afvalstromen, eventueel gecombineerd met het opwaarderen van de temperatuur naar een bruikbaar niveau, of
- g. het verbeteren van de besturing van productieprocessen, al of niet met gebruik van automatiseringsapparatuur (automatische regelapparatuur) en nieuwe sensortechnologieën, of
- h. het energiegebruik en de energiekosten op een systematische wijze te beheren en te besturen, zodanig dat procesinformatie, bijvoorbeeld door het gebruik van procescomputers, direct ter beschikking staat en waarbij door de invoering van energiebeheer een energie-efficiencyverbetering nagestreefd wordt, of
- i. het verbeteren van de efficiency van het specifieke elektriciteitsgebruik van productiemiddelen, of
- j. het vervangen van het gebruik van elektrische energie door andere energievormen die, berekend overeenkomstig het hierboven onder 1. bepaalde, een verlaging van energiegebruik opleveren.
- a een verlaging in het energiegebruik bij gelijkblijvende productiegrootte, of
- b een verhoging in de hoeveelheid geproduceerd product bij gelijkblijvend energiegebruik, of
- c een combinatie van a.en b.