Bijlage 7 Uitvoeringsregeling BSE 1999-II
Uitvoeringsregeling BSE 1999-II
Het algemene doel van het programma Agrarische Sector is de realisatie van een grotere energie-efficiency in de agrarische sector, met name bij de individuele agrariërs, ter ondersteuning van het overheidsbeleid om te komen tot 33% verbetering van de energie-efficiency in de periode 1995 - 2020 en een toename van het aandeel duurzaam opgewekte energie in de energievoorziening tot 10 % in die-zelfde periode. Het programma bestaat uit twee onderdelen. De doelstelling van dit onderdeel is om, overeenkomstig de Meerjaren-afspraak Energie Glastuinbouw (kortweg MJA-E glastuinbouw), te komen tot een verbetering van de energie-efficiency van 50% in de periode 1980 t/m 2000. Tevens wordt gestreefd naar een verbetering van de energie-efficiency van 30% voor de periode 1989 t/m 2000. Dit programma richt zich binnen het kader van de MJA-E op de uitvoering van het Jaarplan 1999, zoals dat opgenomen is in het Meerjaren-programma Energie 1999 t/m 2001 van de Stuurgroep MJA-E glastuinbouw. Belangrijke thema’s voor 1999 zijn: voorlichting, onderzoek, demonstratieprojecten, onderwijs en scholing en herstructurering. Voorts richt dit programma zich op het realiseren van de energiedoelstelling (incl. duurzame energie) zoals vastgelegd in het Convenant Glastuinbouw en Milieu. Deze doelstelling van het Convenant bestaat uit een energie-efficiency verbetering van 65% in 2010 ten opzichte van 1980 en het realiseren van 4% duurzame energie in 2010 ten opzichte van 1995. Via dit Convenant wordt een omslag gemaakt van sectordoelen naar individuele energieprestaties per bedrijf. Projecten dienen aan te sluiten bij het hierboven genoemde Meerjarenpro-gramma 1999 - 2001 en, voor wat betreft het onderzoek, bij het Meerjarenprogramma onderzoek energiebesparing 1998 - 2008 van de Stuurgroep MJA-E, met de titel ’Minder energie door meer energieonderzoek’. Het onderdeel glastuinbouw is ingedeeld in twee onderdelen, te weten voorlichtingsactiviteiten op bedrijfsniveau en kennisontwikkeling en kennisov
- haalbaarheidsprojecten gericht op het terugdringen van het energiegebruik in de glastuinbouw door middel van een betere benutting van licht en energie door planten (door middel van veredeling), energiezuinige kasconcepten en kasdekmaterialen, energievoorziening- en opwekking, energiezuinige ontvochtigingstechnieken en klimaatbeheersing en duurzame energiebronnen;
- onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op het terugdringen van het energiegebruik in de glastuinbouw door een betere benutting van licht en energie door planten (d.m.v. veredeling), energiezuinige ontvochtigingstechnieken en klimaatbeheersing, ontwikkeling van nieuwe kas- en teeltconcepten inclusief nieuwe dekmaterialen, energievoorziening en opwekking en duurzame energiebronnen;
- praktijkexperimenten en demonstratieprojecten met betrekking tot projecten die zijn gericht op een betere benutting van licht en energie door planten d.m.v. veredeling, energiezuinige ontvochtigingstechnieken en klimaatbeheersing, ontwikkeling van nieuwe kas- en teeltconcepten inclusief nieuwe dekmaterialen, energievoorziening en opwekking en duurzame energiebronnen;
- kennisoverdrachtprojecten gericht op het overdragen van innovatieve kennis via onderwijs en scholing ten aanzien van de verbetering van de energie-efficiency aan intermediairen (toeleveranciers, kassenbouwers, installateurs en voorlichters) alsmede aan groepen tuinders.
- a. de bijdrage van het project aan de realisatie van de doelstellingen van de MJA-E en het Convenant Glastuinbouw en Milieu;
- b. de slaagkans van het project;
- c. de nieuwheid en oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
- d. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- e. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- f. de milieuverdienste van het project;
- g. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht mogelijk is.
- de mate waarin CO2-emissies worden vermeden;
- de mate waarin emissies van andere milieuschadelijke stoffen worden gereduceerd.
- voorlichtingspartijen;
- energiedistributiebedrijven.
- overkoepelende en regionale stands- en vakorganisaties;
- instellingen en bureaus voor (praktijkgericht) onderzoek, voorlichting en praktijk- en beroepsonderwijs;
- installateurs, kassenbouwers, leveranciers en fabrikanten van bedrijfsuitrusting en kassen, alsmede van onderdelen (met name voor demonstratie en praktijkexperimenten);
- verenigingen voor bedrijfsontwikkeling (studieclubs);
- adviesbureaus;
- nutsbedrijven;
- innovatiecentra;
- glastuinders en verenigingen van glastuinders (met name voor demonstratieprojecten en praktijkexperimenten).
- overkoepelende en regionale stands- en vakorganisaties;
- instellingen en bureaus voor (praktijkgericht) onderzoek, voorlichting en praktijk- en beroepsonderwijs;
- installateurs, kassen-, schuren- en werkplaatsbouwers, bouwers van teeltcellen;
- leveranciers van bedrijfsuitrusting;
- adviesbureaus;
- individuele agrarische bedrijven.