Bijlage 6 Uitvoeringsregeling BSE 1999-II
Uitvoeringsregeling BSE 1999-II
Het doel van het programma EWAB is het bevorderen van de inzet van biomassa en afval als energiebron, zodanig dat maximaal wordt bijgedragen aan de besparing op fossiele brandstoffen, waarbij de belasting van het milieu binnen aanvaardbare grenzen dient te blijven. Deze doelstelling zal voor een belangrijk deel worden nagestreefd via de ondersteuning van demonstratieprojecten. Het programma is ingedeeld in vier onderdelen. Dit onderdeel richt zich op de versterking van de beschikbaarheid van afval en biomassa(brandstoffen) voor energie. Het gaat hierbij om o.a. de benutting van bosbouwkundige, agrarische en industriële reststromen, benutting van afvalstoffen en de import en teelt van energiegewassen, het vervoer, de bewerking, de karakterisering en de versterking van de markt van biomassabrandstoffen. De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor een subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheids- en ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten en kennisoverdrachtprojecten gericht op: Ontwikkelingsprojecten komen alleen voor ondersteuning in aanmerking indien die projecten aansluiten bij en voortvloeien uit praktijkervaringen. Dit onderdeel richt zich op de omzetting van afval en biomassa in energie door middel van zowel thermische als biologische conversietechnieken. De nadruk ligt daarbij op de thermische conversieprocessen. De conversie kan betrekking hebben op hout (vers hout, oud hout, resthout), bedrijfsafval van organische oorsprong, zuiveringsslib, agrarische residuen, mest, stro, bermgras en energiegewassen, huishoudelijk afval (of fracties daaruit) en kunststof houdend afval. De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor een subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheids-, marktintroductie- en kennisoverdrachtprojecten gericht op: Ook komen in 1999 voor subsidie in aanmerking haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en kennisoverdrachtprojecten gericht op: Dit onderdeel richt zich op de demonstratie van opwekking van energie uit biom
- inventarisatie van de aard en hoeveelheden van afvalstoffen en biomassa(brandstoffen);
- het bij elkaar brengen van vraag naar en aanbod van biomassa(brandstoffen);
- de benutting van bosbouwresiduen en plantsoenafval voor energieopwekking;
- bewerking van afval en/of biomassa tot een (hoogwaardige) brandstof;
- tegengaan van mogelijke gezondheidsbezwaren bij het omgaan met biomassa(brandstoffen);
- optimalisatie van de logistiek, met name waar het schone biomassa betreft;
- de import van biomassa t.b.v. de inzet voor energiedoeleinden, met uitzondering van de inzet in afvalverbrandingsinstallaties;
- de teelt van gewassen t.b.v. de inzet voor energiedoeleinden, eventueel in combinatie met andere geteelde producten en landgebruikfuncties.
- schone en efficiënte verbranding van biomassa voor, in het bijzonder, de gecombineerde opwekking van elektriciteit en warmte;
- verbetering van de energiebenutting bij afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s);
- de winning en benutting van stortgas, voor zover het project bijdraagt aan de stortgaswinning op langere termijn;
- vergisting van (natte) bedrijfsafval-stromen, eventueel gecombineerd met mest.
- thermische vergassing van biomassa; daarin zijn ook begrepen de daarmee samenhangende voorbewerking van de brandstof en de toepassing van stookgas in gasturbines of gasmotoren;
- het meeverbranden of -vergassen van biomassa met fossiele brandstoffen in elektriciteitscentrales of bij andere toepassingen; daarin is ook begrepen de daarmee samenhangende voorbewerking van de brandstof (bijv. via pyrolyse, liquefactie- en/of carbonisatieprocessen).
- projecten die gericht zijn op het vergroten van het draagvlak voor de introductie van energiewinning uit biomassa;
- projecten die gericht zijn op de communicatie met omwonenden van installaties voor de winning van energie uit biomassa en afval;
- projecten die gericht zijn op kennisoverdracht over energiewinning uit biomassa en afval naar relevante doelgroepen.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstelling van het programma;
- f. de nieuwheid van het project;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
- de verbetering ten opzichte van de gangbare praktijksituatie, met name daar waar het hergebruik van brandbaar afval en biomassa betreft;
- de mate waarin CO2-emissie wordt vermeden(ton/jaar);
- de mate waarin het project bijdraagt aan een verbetering van de huidige situatie op het gebied van emissies en reststoffenverwerking;
- de mate waarin wordt vermeden dat verschuivingseffecten van milieuproblemen van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën;
- (vergaande) procesintegratie.