Bijlage 5 Uitvoeringsregeling BSE 1999-II
Uitvoeringsregeling BSE 1999-II
Het doel van het TWIN-2 programma is het bevorderen van de toepassing van windenergie. Met het programma wordt gestreefd naar een toename van het geïnstalleerde windturbinevermogen in Nederland in de periode 1996-2000 met gemiddeld met 100 MW per jaar tot 750 MW en een verbetering van de prijs-prestatieverhouding van windturbines in de periode 1996-2000 met 30%. Het programma is ingedeeld in twee onderdelen. Dit onderdeel is gericht op het beschikbaar krijgen van locaties voor windturbines om een plaatsingstempo van 75-100 MW per jaar te kunnen realiseren en op de uitvoering van het plaatsingsplan offshore. De voornaamste projecten die in 1999 voor een subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheids- en kennisoverdrachtprojecten, die gericht zijn op het versterken van het lokale draagvlak voor windenergieprojecten, onder andere door het uitvoeren van quick scans, proces- en projectbegeleiding, voorlichting, kennisoverdracht, kennisoverdracht gericht op regionale ontwikkelingen, en modellen voor participatie-, exploitatie-, eigendoms- en financieringsconstructies. Aan dit onderdeel kunnen met name gemeenten en provincies bijdragen. Dit onderdeel is gericht op kennisoverdracht-, onderzoeks- of ontwikkelings- en demonstratieprojecten met betrekking tot nieuwe toepassingen van windturbines. Het kan daarbij gaan om projecten voor windturbines in het binnenland, windturbines in combinatie met ander ruimtegebruik, windturbines op bedrijventerreinen of in de gebouwde omgeving, en om projecten met betrekking tot de reductie van geluid bij geluidgevoelige bestemmingen, en inpassing in zwakke elektriciteitsnetten. Naast de algemene beoordelingsaspecten zullen bij de beoordeling van aanvragen in het kader van dit onderdeel tevens worden betrokken de gevraagde subsidie per geïnstalleerde MW, de herhalingsmogelijkheden van het project, en de kwaliteit van de kennisoverdracht. Er geldt een maximum subsidie van f 200.000,00 per project. Dit onderdeel wordt uitgevoerd in de vorm van
- offshore windturbines groter dan ca. 3 MW en daarvoor geschikte rotorbladen;
- bijbehorende ondersteuningsconstructies;
- elektrische conversie- en transportsystemen voor windparken groter dan 100 MW.
- het verbeteren van de prijs-prestatie-verhouding van windturbines en bladen;
- het aanpassen van bestaande windturbines aan specifieke locaties, zoals binnenland, offshore, zwakke netten, verlagen van geluidsemissie door toepassing van zaagtanden op bladen;
- de verificatie en certificatie van windturbines en bladen.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- f. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- g. de mate waarin samenwerking met anderen plaats vindt;
- h. de kostprijsverlaging van een voor het programma relevant produkt;
- i. de nieuwheid van het project;
- j. de mate waarin het project voorziet in kennisoverdracht over de te bereiken resultaten.