Bijlage 4 Uitvoeringsregeling BSE 1999-II
Uitvoeringsregeling BSE 1999-II
Het doel van het programma Duurzame energie 1999 is het bevorderen van de toepassing van duurzame energie. Het programma Duurzame energie moet een extra impuls geven aan de introductie van duurzame energie, zodat het implementatietempo verhoogd wordt, en de doelstelling 10% duurzaam in 2020 tijdig bereikt kan worden. Onder duurzame energie wordt verstaan: (combinaties van) windenergie, fotovoltaïsche zonne-energie, thermische zonne-energie, aardwarmte, energieopslag, omgevingswarmte, waterkracht en afval en biomassa, zoals bedoeld in het Actieprogramma Duurzame Energie in Opmars (maart 1997). Het programma is ingedeeld in twee onderdelen. Dit onderdeel is gericht op het informeren van marktpartijen, overheden en het publiek over de toepassingsmogelijkheden van duurzame energie. De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor een subsidie in aanmerking komen zijn kennisoverdrachtprojecten, die gericht zijn op het verspreiden van informatie over de toepassingsmogelijkheden van duurzame energie, uit te voeren door het Projectbureau Duurzame Energie. Dit onderdeel is gericht op het verkennen van (nieuwe) toepassingen van duurzame energie. De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor een subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheidsprojecten waarbij via scans potentiële toepassingen van duurzame energie in kaart worden gebracht en implementatietrajecten worden aangegeven. Aan dit onderdeel kunnen met name bijdragen (samenwerkingsverbanden) van gemeenten en (koepelorganisaties van) industriële bedrijven. Voor industriële bedrijven geldt een maximum subsidiepercentage van 50%. De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Ad a. Indien de slaagkans van een project te gering wordt geacht, zal het verlenen van subsidie niet aan de orde zijn. Bij het vaststellen van de slaagkans van een project wordt rekening gehouden met de technische, financieel-economische en commerci
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- e. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- f. de nieuwheid van het project;
- g. de mate waarin het project voorziet in kennisoverdracht over de te bereiken resultaten.