Bijlage 3 Uitvoeringsregeling BSE 1999-II
Uitvoeringsregeling BSE 1999-II
Het doel van het programma Woningen 1999 is het verbeteren van de energie-efficiency van woningen zodat binnen 5 à 10 jaar een bijdrage wordt geleverd aan de realisatie van de energie efficiency doelstelling zoals die is geformuleerd in de Derde Energienota 1996. Het programma bestaat uit twee onderdelen. De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor subsidie in aanmerking komen zijn: Dit onderdeel is gericht op haalbaarheidsprojecten en demonstratieprojecten met betrekking tot de realisatie van nieuwbouw projecten. Projecten dienen aan de volgende criteria te voldoen: Haalbaarheidsprojecten dienen er voorts op gericht te zijn aan te tonen dat de toegepaste concepten leidend zijn voor het bereiken van de energiedoelstellingen van de overheid, in het kader van toekomstige aanscherpingen van de EPC. In deze concepten moeten lage temperatuursystemen en zo mogelijk duurzame energiebronnen (ten minste voorzieningen om later gebruik van duurzame energie mogelijk te maken) zijn toegepast. Tevens dient in haalbaarheidsprojecten aandacht te worden besteed aan de thema’s die naast energie genoemd zijn in het Nationaal pakket Woningbouw-nieuwbouw, voorzover de keuze van maatregelen kostenneutraal is. Voor haalbaarheidsprojecten geldt een maximale subsidie van 60% van de projectkosten. Demonstratieprojecten komen alleen voor subsidie in aanmerking indien bij de aanvraag een afgeronde haalbaarheidsstudie wordt overgelegd waaruit blijkt dat voldaan is aan de criteria van dit programma voor haalbaarheidsprojecten. De demonstratieprojecten dienen voorts gericht te zijn op het aantonen van de realiseerbaarheid tegen redelijke meerkosten (5% boven marktconform) van diverse woningbouwconcepten met een brede marktpotentie. De maximale subsidie per demonstratieproject bedraagt f 200.000,00. Naast de algemene beoordelingsaspecten zullen bij de beoordeling van aanvragen in het kader van dit onderdeel tevens worden betrokken de omvang van het project (de voorkeur hebben projecten die 5
- onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten met betrekking tot certificatiesystemen voor warmteterugwin-apparatuur, welke onderdeel vormt van een ventilatiesysteem, alsook het testen in de praktijk van deze certificatieprocedures, uit te voeren door branche-organisaties;
- kennisoverdrachtprojecten die gericht zijn op het bevorderen van warmteterugwin-installaties, uit te voeren door branche-organisaties;
- kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot optimaal isolerend glas, uit te voeren door branche-organisaties en fabrikanten;
- onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten en kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot optimaal isolerende gevelelementen, uit te voeren door onderzoeksinstituten, branche-organisaties en fabrikanten;
- praktijkexperimenten met LCA- (Life Cycle Analysis) methoden;
- kennisoverdrachtprojecten ter ondersteuning van nationale normalisatie op het gebied van de EPN;
- kennisoverdrachtprojecten in het kader van duurzame stedebouw;
- kennisoverdrachtprojecten over woningconcepten met een EPC gelijk aan of lager dan 0,8;
- kennisoverdrachtprojecten op het gebied van detaillering bij renovatie;
- kennisoverdrachtprojecten over energiebesparende maatregelen en het daarbij behorende gebruikersgedrag uit te voeren door gemeenten, natuur- en milieuorganisaties, consumentenorganisaties, woningcorporaties en energie- en waterdistributiebedrijven, in het verlengde van de campagne ’Wie milieubewust klust is zeker goed bezig’ die in samenwerking met de DHZ-branche wordt uitgevoerd.
- onderzoek naar en ontwikkelen van financieel instrumentarium voor het aanbrengen van energiebesparende maatregelen, met name in de bestaande bouw.
- een minimale projectomvang van 30 woningen;
- een EPC- niveau van 0,8 of lager;
- het nieuwbouw project dient uiterlijk 31 december 2001 te worden opgeleverd.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- d. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- e. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt;
- f. de mate waarin het project past in een aanwezig innovatietraject van de aanvrager of van anderen;
- g. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- h. de kostprijs(verlaging) van een voor het programma relevante techniek;
- i. de nieuwheid van het project;
- j. de looptijd van het project.
- toepassing van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën.
- woningbouwcorporaties;
- projectontwikkelaars;
- bouwbedrijven;
- gemeenten;
- institutionele beleggers.