Bijlage 1B Wijziging Subsidieregeling programma technologie en samenleving: deelprogramma criminaliteitspreventie
Wijziging Subsidieregeling programma technologie en samenleving
Dit deelprogramma beoogt te bevorderen dat technologieën op een innovatieve wijze worden toegepast om criminaliteitspreventie en -beheersing en veiligheid thuis en in openbare ruimten te bevorderen. Voorstellen voor projecten moeten binnen één van de volgende aandachtsgebieden passen: Van een goed project is de organisatorische inbedding en het financiële draagvlak van tevoren goed beschreven en wordt ook al in het projectplan duidelijk aangegeven hoe het na afloop verder geïntegreerd wordt in de reguliere activiteiten van de meest betrokken actoren. Het project moet dus kunnen rekenen op commitment van de meest betrokken (beleids)actoren. Een project dient voorts te voldoen aan de volgende eisen: Het deelprogramma wordt begeleid door een projectgroep waaraan de Ministeries van Economische Zaken, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie deelnemen. Daarnaast participeren ook de Regiecommissie Standaardisatie Politiële Informatievoorziening en het Nederlands Politie Instituut.
- Sociaal veilig ontwerpen Onderzoek toont een verband aan tussen de inrichting van de gebouwde omgeving en bepaalde vormen van onveiligheid, zoals vandalisme, inbraak in gebouwen en auto’s, diefstal, openbaar geweld en buurtoverlast. Naast daadwerkelijke onveiligheid kan de inrichting van de omgeving ook leiden tot gevoelens van onveiligheid. Het voorkómen van onveilige situaties begint op de tekentafel met het zogeheten ’sociaal veilig ontwerpen’.
- Beveiligingssystemen De techniek biedt mogelijkheden om bestaande beveiligingssystemen te verfijnen, uit te breiden en te miniaturiseren. De totale kwaliteit van een beveiligingssysteem is sterk afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden voor de schakels in de beveiligingsketen. Deze keten is opgebouwd uit het beveiligingsadvies, de apparatuur, de installatie en de alarmering.
- Identificatie Er zijn twee vormen van identificatie te onderscheiden: preventieve en repressieve identificatie. Preventieve identificatie richt zich erop te voorkomen dat ongewenste personen toegang krijgen tot zaken die niet voor hen bestemd zijn, zoals banksaldo’s, gebouwen en computerbestanden. Personen die toegang wensen, moeten aantonen dat zij geautoriseerd zijn. Hulpmiddelen voor identificatie zijn onder meer (biometrische) identificatiekaarten en (elektronische) handtekeningen. Bij repressieve identificatie gaat het om het opsporen van daders en gestolen goederen. Beelden uit bijvoorbeeld bewakingsvideo’s kunnen hierbij een rol spelen. Ook het aanbrengen van herkenningstekens en detectiemateriaal kan het opsporen van gestolen goederen ten goede komen.
- Communicatie met de Politie De overheid is voorstander van een integrale aanpak van criminaliteit. Dit betekent dat de politie geacht wordt steeds meer samen te werken met de gemeente en het bedrijfsleven, maar nadrukkelijk ook met de burger. Voor de communicatie en de algehele informatiehuishouding binnen de politie-organisatie wordt steeds vaker een beroep gedaan op elektronische communicatievormen.
- Persoonlijke Veiligheid Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen, ouderen en minderheidsgroeperingen zich buitenshuis vaak onveiliger en kwetsbaarder voelen dan andere groeperingen. Ook jongeren voelen zich echter in toenemende mate onveilig. Door gevoelens van onveiligheid durven sommige mensen ’s avonds hun huis niet meer te verlaten. Het is vanuit maatschappelijk oogpunt zeer ongewenst dat een steeds grotere groep burgers zich in hun bewegingsvrijheid beperkt voelt, omdat ze bang zijn slachtoffer te worden van criminaliteit. Technologie kan een deeloplossing bieden voor het probleem van persoonlijke veiligheid. Deze aandachtsgebieden zijn ontleend aan het document ’Dieptescan Criminaliteitspreventie’ (Senter, 1998, ISBN 90-76250-04-9).
- Het project dient gericht te zijn op een herkenbaar extern gericht product of dienst. Het zwaartepunt mag dus niet liggen op bedrijfs- en/of organisatie-interne processen.
- Het project dient een goede aanvulling te zijn op de overige, reeds lopende of afgeronde projecten in dit deelprogramma.