Bijlage I Brzo 1999
Besluit risico’s zware ongevallen 1999 (Brzo 1999)
1. Mengsels en preparaten worden behandeld als zuivere stoffen, mits zij binnen de concentratiegrenzen blijven zoals deze zijn opgenomen in de in deel 2, voetnoot 4, genoemde richtlijnen welke aan de hand van hun eigenschappen krachtens de desbetreffende richtlijn of de meest recente aanpassing daarvan aan de technische vooruitgang zijn vastgesteld, tenzij specifiek een samenstellingspercentage of een andere beschrijving wordt gegeven. 2. De onderstaande drempelwaarden gelden per inrichting. 3. De voor de toepassing van de artikelen in aanmerking te nemen hoeveelheden zijn de maximumhoeveelheden die op grond van de vergunning aanwezig mogen zijn. Gevaarlijke stoffen die slechts in hoeveelheden van 2% of minder van de vermelde drempelwaarde in een inrichting aanwezig zijn of mogen zijn, worden bij de berekening van de totale aanwezige hoeveelheid buiten beschouwing gelaten, indien zij zich op een zodanige plaats in de inrichting bevinden dat deze niet de oorzaak van een zwaar ongeval elders binnen de inrichting kan zijn. 4. De in deel 3 vermelde regels voor het optellen van gevaarlijke stoffen of categorieën gevaarlijke stoffen zijn in voorkomende gevallen op deel 1 en deel 2 van toepassing. 5. Onder een gas wordt een stof verstaan die bij een temperatuur van 20°C een absolute dampspanning van ten minste 101,3 kPa heeft. 6. Onder een vloeistof wordt een stof verstaan die niet als gas gedefinieerd is en die bij een temperatuur van 20°C en een standaarddruk van 101,3 kPa niet in vaste toestand is. Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Gevaarlijke stof Drempelwaarde in ton voor de toepassing van de artikelen 4, 5, 6 en 26 Drempelwaarde in ton voor de toepassing van de artikelen 8, 9, 11, 13, 14, 21 en 22 1. Acetyleen 5 50 2a. Ammoniumnitraat1 5000 10000 2b. Ammoniumnitraat2 1250 5000 2c. Ammoniumnitraat3 350 2500 2d. Ammoniumnitraat4 10 50 3a. Kaliumnitraat5 5000 10000 3b. Kaliumnitraat6 1250 5000 4. Arseentrihydride (arsine) 0,2 1 5. Aardolieproducten: a. benzines en nafta’s; b. pet
- a. R14 (reageert heftig in contact met water) (inclusief R14/15)
- b. R29 (vormt vergiftig gas in contact met water)
- – 15,75*–24,5** gewichtsprocent of minder is en die niet meer dan 0,4% in totaal aan brandbare of organische stoffen bevatten of die voldoen aan de voorschriften van bijlage II bij richtlijn nr. 80/876/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake enkelvoudige meststoffen op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte (PbEG L 250), en
- – 15,75*** gewichtsprocent of minder is waarbij de hoeveelheid brandbare stoffen niet gelimiteerd is,
- – hoger is dan 24,5 gewichtsprocent, met uitzondering van mengsels van ammoniumnitraat en dolomiet, kalksteen en/of calciumcarbonaat met een zuiverheidsgraad van ten minste 90%;
- – hoger is dan 15,75 gewichtsprocent voor mengsels van ammoniumnitraat en ammoniumsulfaat, en
- – hoger is dan 28 gewichtsprocent**** voor mengsels van ammoniumnitraat en dolomiet, kalksteen of calciumcarbonaat met een zuiverheidsgraad van ten minste 90%,
- – ammoniumnitraat en ammoniumnitraatpreparaten waarin het stikstofgehalte, afkomstig van het ammoniumnitraat;
- – gelegen is tussen 24,5 en 28 gewichtsprocent en die maximaal 0,4% aan brandbare stoffen bevatten;
- – hoger is dan 28 gewichtsprocent en die maximaal 0,2% aan brandbare stoffen bevatten, en
- – waterige ammoniumnitraatoplossingen met een ammoniumnitraatconcentratie van meer dan 80 gewichtsprocent.
- – afgekeurd materiaal afkomstig uit het fabricageproces en op ammoniumnitraat en ammoniumnitraatpreparaten, enkelvoudige ammoniumnitraatmeststoffen en gemengde/samengestelde ammoniumnitraatmeststoffen als bedoeld in de voetnoten 2 en 3, die van de eindgebruiker zijn of worden geretourneerd aan een fabrikant, een installatie voor tijdelijke opslag of een herverwerkingsinstallatie voor herverwerking, recycling of behandeling met het oog op een veilig gebruik omdat de stoffen niet langer voldoen aan de specificaties van de voetnoten 2 en 3, en
- – meststoffen als bedoeld in de voetnoten 1, eerste streepje, en 2, die niet voldoen aan de voorschriften van bijlage II bij richtlijn nr. 80/876/EEG van de Raad van 15 juli 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake enkelvoudige meststoffen op basis van ammoniumnitraat en met een hoog stikstofgehalte (PbEG L 250).
- – richtlijn nr. 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PbEG L 196);
- – richtlijn nr. 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (PbEG L 200);
- a. stoffen en preparaten die ontploffingsgevaar opleveren door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken (waarschuwingszin R2);
- b. stoffen en preparaten die ernstig ontploffingsgevaar opleveren door schok, wrijving, vuur of andere ontstekingsoorzaken (waarschuwingszin R3), en
- c. stoffen, preparaten en voorwerpen van klasse 1 van het ADR.
- a) waarvan de verbranding aanleiding geeft tot een aanzienlijke warmtestraling, of
- b) die een voor een uitbranden, waarbij een geringe luchtdruk- of scherfwerking of beide optreden;
- 1°. stoffen en preparaten die warm kunnen worden en tenslotte in contact met de lucht bij de omgevingstemperatuur, zonder toevoer van energie, vlam kunnen vatten (waarschuwingszin R17);
- 2°. stoffen en preparaten die een vlampunt hebben, dat lager ligt dan 55° C en die onder druk vloeibaar blijven en die onder bepaalde procescondities, zoals hoge druk en hoge temperatuur, gevaar voor een zwaar ongeval kunnen veroorzaken;
- 3°. stoffen en preparaten die een vlampunt hebben dat lager is dan 21°C en die niet zeer licht ontvlambaar zijn (waarschuwingszin R11, tweede streepje).
- 1°. vloeibare stoffen en preparaten die een vlampunt hebben dat lager is dan 0°C en een kookpunt of, in geval van een kooktraject, een eerste kookpunt, dat bij normale druk ten hoogste 35°C is (waarschuwingszin R12, eerste streepje);
- 2°. gassen die in contact met de lucht bij kamertemperatuur en normale druk ontvlambaar zijn (waarschuwingszin R12, tweede streepje), ongeacht of zij in gasvormige toestand of in superkritische toestand verkeren, en
- 3°. ontvlambare en licht ontvlambare vloeibare stoffen en preparaten, die op een temperatuur worden gehouden die hoger ligt dan hun kookpunt.
- 1. in deel 1 genoemde stoffen en preparaten, die als vergiftig of zeer vergiftig zijn ingedeeld, tezamen met stoffen en preparaten die tot categorie 1 of 2 als bedoeld in deel 2 behoren;
- 2. in deel 1 genoemde stoffen en preparaten, die als oxiderend, ontplofbaar, ontvlambaar, licht ontvlambaar of zeer licht ontvlambaar zijn ingedeeld, tezamen met stoffen en preparaten die tot categorie 3, 4, 5, 6, 7a, 7b of 8 als bedoeld in deel 2 behoren;
- 3. in deel 1 genoemde en als gevaarlijk voor het milieu ingedeelde stoffen en preparaten met waarschuwingszinnen R50, R50/53 of R51/53, tezamen met stoffen en preparaten die tot categorie 9a, 9b, of 9c als bedoeld in deel 2 behoren.