Art. 1 Wet subsidiëring politieke partijen, Algemene bepalingen

Wet subsidiëring politieke partijen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b. politieke partij: een vereniging waarvan de aanduiding op grond van artikel G 1 van de Kieswet is geregistreerd in het register van aanduidingen voor de verkiezing van leden van de Tweede Kamer;

c. leden van een politieke partij: leden met vergader- en stemrechten in de vereniging, die jaarlijks elk € 12,– of meer aan contributie betalen;

d. politiek-wetenschappelijk instituut: een politiek-wetenschappelijk instituut als bedoeld in artikel 3;

e. politieke jongerenorganisatie: een politieke jongerenorganisatie als bedoeld in artikel 3;

f. leden van een politieke jongerenorganisatie: leden die niet jonger dan 14 jaar en niet ouder dan 27 jaar zijn en die jaarlijks € 5,– of meer aan contributie betalen;

g. kamerzetel: een zetel in de Tweede Kamer der Staten-Generaal, dan wel in de Eerste Kamer der Staten-Generaal, indien aan de lijst van een politieke partij op grond van de Kieswet geen zetels in de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn toegewezen;

h. peildatum: de eerste dag van het kalenderjaar;

i. instelling voor buitenlandse activiteiten: een instelling als bedoeld in artikel 3.

Uitspraken die dit artikel aanhalen