Art. 1 Nadeelcompensatieregeling verleggen kabels en leidingen in en buiten rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken 1999 (NKL 1999), Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
de Minister van Verkeer en Waterstaat;
de indiener van een verzoek als bedoeld in artikel 2 of 7;
een sterke, buigzame, verbinding, bestaande uit een of meer geleiders welke zijn samengesteld uit draden van metaal of glasvezel en geschikt voor het transport van elektrische energie en/of elektrische signalen en/of optische signalen;
een buis, vervaardigd van een duurzaam materiaal zoals staal, beton of kunststof en geschikt voor het transport van vloeistoffen en gassen;
werken als bedoeld in de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of waterstaatswerken als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet in beheer bij het Rijk;
infrastructuur bestemd voor verkeer over spoorstaven of geleiderails, met inbegrip van bovenbouw, kunstwerken, sloten en onderhoudswerken en vaste installaties, alsmede de daarbij behorende perrons, laad- en loswegen, trappen, tunnels en liften;
een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 6, paragraaf 6, van het Waterbesluit, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en het Reglement dienst hoofd- en lokaalspoorwegen, voorzover betrekking hebbend op het aanbrengen en hebben van kabels en leidingen in, op, onder of boven rijkswaterstaatswerken of spoorwegwerken;
rijkswaterstaatswerken en spoorwegwerken, met uitzondering van waterwegen en die dijken als hierna onder i genoemd;
waterwegen en dijken, voor wat betreft de laatste slechts voor zover het gaat om (de aanleg van of wijziging aan) de dijk als waterkeringswerk;
een leiding of kabel die, krachtens vergunning, parallel is gelegd aan, boven, onder op of in een rijkswaterstaatswerk of spoorwegwerk;
een leiding of kabel die, krachtens vergunning, kruisend door, op, boven, onder of in een rijkswaterstaatswerk of spoorwegwerk is gelegd.
een leiding of kabel die buiten een rijkswaterstaatswerk of spoorwegwerk is gelegd en valt onder één van de categorieën openbare werken als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet privaatrecht (wet van 13 mei 1927, Stb.159).