Art. 5 Regeling afleggen eed en belofte ambtenaar
Regeling afleggen eed en belofte ambtenaar
1. Het afleggen van de eed geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier bedoeld in artikel 1 door degene ten overstaan van wie de eed wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: ’Zo waarlijk helpe mij God Almachtig’.
2. Het afleggen van de belofte geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier bedoeld in artikel 1 door degene ten overstaan van wie de belofte wordt afgelegd, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: ’Dat verklaar en beloof ik’.
3. De eed wordt staande afgelegd waarbij de ambtenaar de twee voorste vingers van de rechterhand opsteekt. De belofte wordt staande afgelegd, zonder handopsteken.