Bijlage 6 Uitvoeringsregeling BSE 1999-I
Uitvoeringsregeling BSE 1999-I
Het doel van het programma is het bevorderen van energiebesparing in de Nederlandse industrie, opdat in het jaar 2000 19% efficiencyverbetering van het energieverbruik (exclusief grondstoffen) wordt bereikt ten opzichte van 1989 en in de periode 2000-2010 een jaarlijkse efficiencyverbetering van het energieverbruik (inclusief grondstoffen) van meer dan 2% wordt bereikt. Dit conform de doelstelling van de Energiebesparingsnota 1998. Om deze doelstelling te bereiken is voor de industrie een aantal instrumenten opgezet, zoals de meerjarenafspraken (MJA’s), het programma SPIRIT, het programma Tendem (in voorbereiding) en het onderhavige programma. Het programma is gericht op de voedings- en genotmiddelenindustrie en beoogt in deze bedrijfssectoren, waarmee meerjarenafspraken zijn gemaakt, de doelstellingen van die meerjarenafspraken te realiseren. De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheidsprojecten, kennisoverdrachtprojecten en praktijkexperimenten. Tevens kunnen onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op het meten en evalueren van demonstratie- en marktintroductieprojecten voor subsidie in aanmerking komen. De projecten dienen gericht te zijn op: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: ad a. Projecten zullen veelal voor wat betreft de slaagkans een zeker risico met zich dragen. Indien de slaagkans van het project op zichzelf te gering wordt geacht zal het verlenen van een subsidie niet aan de orde zijn. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. ad b. Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met: De milieuverdienste wordt kwalitatief beoordeeld. ad d. O
- beheersing en verbetering van de energiehuishouding in bedrijven, waaronder tevens projecten ten behoeve van de implementatie van energiebeheer en projecten voor verbetering van productielogistiek, procesregelingen, procesintegratie en waterhuishouding zijn begrepen;
- verbetering van de opwekking en de toepassing van warmte, koude en elektriciteit bij industriële bedrijven;
- verbetering of vernieuwing van branche-specifieke procestechnologie van energie-intensieve processen, bijvoorbeeld voor het concentreren van processtromen (indampen, kristalliseren, membraanprocessen) en voor het verduurzamen van producten (vriezen, koelen, drogen, bakken, steriliseren), en op de toepassing daarvan;
- bestudering van de mogelijkheden van en implementatie van duurzame energie in de industrie.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de nieuwheid en oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- f. de bijdrage van het project aan de realisatie van een meerjarenafspraak;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht mogelijk is.
- de mate waarin het project bijdraagt aan een verbetering van de huidige situatie op het gebied van emissies en reststoffenverwerking;
- de mate waarin wordt vermeden dat verschuivingseffecten van milieuproblemen van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën;
- (vergaande) procesintegratie.
- instellingen voor onderzoek en hoger of wetenschappelijk onderwijs;
- leveranciers en fabrikanten van productie-apparatuur of processen, alsmede van procesonderdelen;
- adviesbureaus.