Bijlage 3 Uitvoeringsregeling BSE 1999-I
Uitvoeringsregeling BSE 1999-I
Het doel van het programma is het realiseren van energiebesparing in de industrie door de ontwikkeling en implementatie van nieuwe energiebesparende technologieën. Het programma richt zich op de realisering van een structurele jaarlijkse energiebesparing van 10 PJ in 2002. Voorts heeft het programma als doel het ontsluiten van een energiebesparingspotentieel door onderzoek en ontwikkeling van doorbraaktechnologieën, waarbij het zich richt op het ontsluiten van een potentieel van 70 PJ in 2002. In het kader van het programma worden de ontwikkeling en implementatie van energiebesparende technologieën gestimuleerd, die reeds voor de industrie beschikbaar zijn of voor 2003 beschikbaar kunnen komen. De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor subsidie in aanmerking komen zijn onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten alsmede daarmee samenhangende haalbaarheids- en kennisoverdrachtprojecten en praktijkexperimenten, die hieraan een aantoonbare bijdrage leveren en die gericht zijn op de volgende aandachtsgebieden: Voorts worden in het kader van het programma onderzoek en ontwikkeling gestimuleerd van technologieën, die een doorbraak in de industriële energiebesparing kunnen realiseren en die vóór 2010 voor de industrie beschikbaar kunnen komen. De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor subsidie in aanmerking kunnen komen zijn onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten alsmede daarmee samenhangende haalbaarheids- en kennisoverdrachtprojecten en praktijkexperimenten, die hieraan een aantoonbare en optimale bijdrage leveren en die gericht zijn op de volgende aandachtsgebieden: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: ad a. Projecten zullen veelal voor wat betreft de slaagkans een zeker risico met zich dragen. Indien de slaagkans van het project op zichzelf te gering wordt geacht, zal het verlenen van een subsidie niet aan de orde zijn. Voor het vaststellen van de slaagk
- procesbesturing en meet- en regeltechnieken;
- droogtechnieken;
- scheidingstechnologieën;
- restwarmtetechnologieën en procesintegratie;
- warmteoverdrachtstechnieken;
- koeltechnieken;
- verlichting van fabriekshallen.
- procesintensificatie en reactorontwerp;
- processynthese;
- geavanceerde katalysatoren;
- procesbesturing & meet- en regeltechnieken;
- scheidingstechnologieën;
- restwarmtetechnologieën en procesintegratie.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- f. de nieuwheid van het project;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
- de mate waarin het project bijdraagt aan een verbetering van de huidige situatie op het gebied van emissies;
- de mate waarin wordt vermeden dat verschuivingseffecten van milieuproblemen van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwde technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën.
- individuele bedrijven;
- brancheverenigingen;
- instellingen voor onderzoek en hoger of wetenschappelijk onderwijs;
- leveranciers en fabrikanten van productie-apparatuur of processen, alsmede van procesonderdelen;
- adviesbureaus.