Bijlage 11 Uitvoeringsregeling BSE 1999-I
Uitvoeringsregeling BSE 1999-I
De doelstelling van het programma is de realisatie van duurzame bedrijventerreinen (DBT) door het bevorderen van samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven op deze terreinen en overheden, gericht op de vermindering van het gebruik van fossiele energie in combinatie met vermindering van de milieubelasting, een efficiënter of meervoudig gebruik van de ruimte en het verbeteren van het (bedrijfs-)economisch resultaat. Daarbij dienen optimalisatie van energie- en watervraag, grondstofverbruik, afvalstromen en personen- en goederenvervoer op de locatie in samenhang beschouwd te worden. Het programma heeft betrekking op bestaande terreinen, uitbreidingen van bestaande terreinen en nieuwe terreinen. Om voor subsidiëring in aanmerking te komen moet de omvang van een bedrijventerrein minimaal 15 ha zijn. Onder bedrijventerreinen worden ook verstaan glastuinbouwgebieden. Het programma is ingedeeld in drie onderdelen. Dit onderdeel is gericht op het bevorderen van samenwerking tussen bedrijven onderling en met overheden op bovengenoemde bedrijventerreinen. De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en kennisoverdrachtprojecten, gericht op totstandkoming en begeleiding van het samenwerkingsproces ten behoeve van het initiëren van duurzame projecten. Dit onderdeel is gericht op het ontwikkelen van integrale plannen voor een duurzaam bedrijventerrein (masterplan). De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor subsidie in aanmerking komen zijn onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op het in kaart brengen van de optimalisatiemogelijkheden voor een bedrijventerrein. Dit onderdeel is gericht op het uitwerken van in eerdere studies aangegeven optimalisatiemogelijkheden en oplossingen ten aanzien van de implementatie van DBT. De voornaamste soorten projecten die in 1999 voor subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheids- en onderzoeks- of ontwikkelingspro
- a. de mate waarin gestreefd wordt naar samenwerking tussen bedrijven op het terrein;
- b. de mate waarin bij de direct betrokkenen draagvlak bestaat voor het concept van DBT;
- c. de potentiële energie- en milieuverdienste van het project;
- d. de mate waarin de resultaten van het project overdraagbaar zijn;
- e. de slaagkans van het project en de mate waarin de subsidie-aanvraag gericht is op het inzichtelijk maken van deze slaagkans;
- f. de projectkosten in relatie tot de potentiële bijdrage van het project aan de programmadoelstellingen;
- g. de mate waarin wordt gestreefd naar continuïteit of uitbreiding van de samenwerkingsverbanden;
- h. de planning met betrekking tot de besluitvorming over de ontwikkeling en de realisatie van de locatie (alleen relevant voor nieuwe terreinen en voor uitbreidingen);
- i. de mate waarin bekend is welke bedrijven zich op het terrein zullen vestigen (alleen relevant voor nieuwe terreinen en voor uitbreidingen);
- j. de mate waarin in het project combinatie-mogelijkheden tussen een bestaand terrein en de uitbreiding van dat terrein bestaan (alleen relevant voor uitbreidingen);
- k. de mate waarin de bedrijven op het terrein het project trekken (alleen relevant voor bestaande terreinen);
- l. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid.
- de mate waarin CO2-emissie kan worden vermeden;
- de mate waarin emissies van andere milieu-schadelijke stoffen kunnen worden gereduceerd en er reductie van water- en grondstofgebruik, afval en ruimtegebruik kan optreden;
- de mate waarin optimalisatie van vervoersbewegingen kan worden bereikt.