Art. c Regeling politiesurveillancehonden 1999, Uitvoering

Regeling politiesurveillancehonden 1999

Tijdens de surveillance ontdekt de geleider met zijn hond iemand - op een afstand van minimaal 60 meter en maximaal 100 meter - die even tevoren een misdrijf heeft gepleegd. De geleider roept de verdachte aan met de woorden ’Halt politie, geeft u zich over of de hond wordt ingezet’. Hieraan wordt, ook na herhaling, door de verdachte geen gevolg gegeven. Vervolgens geeft de geleider zijn hond de opdracht de verdachte tot staan te brengen. De geleider volgt zijn hond ongeveer 25 meter. Als de hond in achtervolging is en de verdachte tot op ongeveer 30 meter is genaderd, roept de geleider zijn hond terug. Deze moet onmiddellijk aan dit commando voldoen en vlot naar de geleider terugkomen.