Art. 7 Regeling politiesurveillancehonden 1999, Overbrengen van de verdachte

Regeling politiesurveillancehonden 1999

Alvorens de verdachte over te brengen moet de geleider hem een richting aangeven waarheen het overbrengen geschiedt. Hierna commandeert de geleider zijn hond met de verdachte voorwaarts te gaan. Tijdens het overbrengen dient de geleider met zijn hond onaangelijnd naast zich op ongeveer 2 meter achter de helper te blijven. Het overbrengen eindigt op een afstand van 2 meter van een gereedstaande dienstauto, waarna eventueel nog een oefening begint.