Bijlage 2 Tijdelijke regeling agrarisch natuurbeheer
Tijdelijke regeling agrarisch natuurbeheer
Ten minste 90% van het terrein bestaat uit grasland. In het terrein bevinden zich in het tijdvak, te rekenen per 100 hectare, ten minste 50 broedparen van één of meer van de volgende soorten: grutto, kievit, scholekster, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper of gele kwikstaart, waarvan ten minste 20 broedparen van de soorten grutto, tureluur, watersnip, kemphaan, slobeend, zomertaling, veldleeuwerik, wulp, kluut, krakeend, kuifeend, wintertaling, graspieper of gele kwikstaart. Ten minste 20% van het terrein wordt in de periode van 1 april tot 1 juni gevrijwaard van beweiding, maaien, rollen, slepen, inzaaien, doorzaaien en bemesting. Ten minste 2% van het terrein bestaat uit: Op het terrein worden nesten van de onder 2 genoemde vogelsoorten gemarkeerd en bij agrarische activiteiten als bedoeld onder 3, ontzien. Minimum-oppervlakte: 100 hectare. Beheersbijdrage: € 102,10 per hectare per tijdvak
- a. verspreid liggende gronden met een oppervlakte van ten minste 1000 m2 die niet eerder dan 22 mei worden gemaaid of beweid en in ieder geval steeds ten minste twee weken later dan de datum waarop omliggende gronden zijn gemaaid of voor het eerst worden beweid, of
- b. slootranden met een breedte van ten minste één meter en ten hoogste 5 meter en een lengte van ten minste 200 meter die niet worden bemest.