Bijlage I Regeling geneeskundig onderzoek vaarbewijzen binnenvaart: keuringseisen en keuringsaanwijzingen
Regeling geneeskundig onderzoek vaarbewijzen binnenvaart
Van groot belang is vooral het tijdig herkennen en (laten) behandelen van die aandoeningen die een duidelijk risicoverhogende factor betekenen. In het algemeen dient de betrokkene om in aanmerking te komen voor een geneeskundige verklaring vrij te zijn van enige afwijking, ziekte of verwonding die een veilige uitoefening van de werkzaamheden belemmert. Daarnaast mag de aanwezigheid van de betrokkene aan boord geen gevaar opleveren voor de gezondheid van de overige opvarenden. Overleg met de deskundige Indien er bij de beoordeling van de geschiktheid twijfels rijzen, dient daarover overleg plaats te vinden met de deskundige. Bij de keuring dient men zich terdege bewust te zijn van de specifieke werkomstandigheden aan boord: Het is in dit verband van belang dat men zich tevens realiseert dat er aan boord vele werkzaamheden zijn waarbij langdurige concentratie is vereist: Het is noodzakelijk te weten of de betrokkene geregeld gebruik maakt van geneesmiddelen die het functioneren kunnen beïnvloeden, zoals insuline en orale anti-diabetica, anti-epileptica, en coumarine-derivaten. Het aangewezen zijn op het gebruik van geneesmiddelen welke neveneffecten hebben in de zin van: duizeligheid, verminderd concentratie- en reactievermogen, psychische stoornissen, hypotensie en bradycardie kan een reden zijn voor ongeschiktheid. Indien geneesmiddelen worden gebruikt in doseringen die zich met de veiligheid van het varen laten verenigen (van patiënt tot patiënt verschillend, maar voor één patiënt behoorlijk constant), moet bij de afgifte van een geneeskundige verklaring worden overwogen of de betrokkene de (bij)werkingen van het geneesmiddel begrijpt en de voorschriften van de arts nauwgezet naleeft. De medische maatstaven die zijn beschreven in § 2 tot en met § 5 dienen te worden gehanteerd bij de keuring voor een geneeskundige verklaring. De geneeskundige of de medisch specialist laat zich bij een beslissing tot afkeuring verder leiden door de navolgende algemene richtlijnen: Me
- a. het werk aan boord vertoont onregelmatige fysieke en psychische piekbelastingen;
- b. het werk aan boord brengt een forse lichamelijke belasting met zich mee, waarbij veel traplopen, het manoeuvreren rond obstakels en beperkte bewegingsruimte met soms een ongunstige werkhouding extra belasting van het bewegingsapparaat met zich mee brengen;
- c. door de aard van de werkzaamheden is er niet altijd gelegenheid om op regelmatige tijden te eten en te slapen.
- a. het navigeren, waarbij vooral voortdurend aandacht is geboden tijdens het varen ’s nachts, bij mist en onder slechte weersomstandigheden;
- b. het werken met en het verantwoordelijk zijn voor het vervoer van gevaarlijke stoffen;
- c. het werken aan en in de buurt van werktuigen met bewegende delen, zoals kranen, lieren, ankerspillen, etc.;
- d. het uitvoeren van werkzaamheden aan elektrische leidingen en stoomleidingen;
- e. het verrichten van werkzaamheden op grote hoogte of in en om diepe ruimen.
- a. waardoor een veilige uitoefening van de werkzaamheden belemmerd kan worden;
- b. waardoor betrokkene niet te allen tijde in staat is om adequaat te handelen in geval van nood;
- c. die tijdens de functie-uitoefening aan boord kan verergeren, in die zin dat daardoor een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid of veiligheid van hemzelf of de overige opvarenden ontstaat, of ernstige hinder voor andere personen aan boord, of
- d. die een behandeling behoeft, waarbij voortdurend medisch toezicht is vereist of waarbij acuut ingrijpen door een medicus noodzakelijk kan worden. Indien sprake is van een algemene ongeschiktheid, kan de deskundige onder nader te stellen voorwaarden of beperkingen hiervan ontheffing verlenen.
- a. Deze bedraagt bij het beste oog, met of zonder optische hulpmiddelen (kontaktlenzen, bril), tenminste 0,8. Met één oog zien is toegestaan.
- b. Alleen in twijfelgevallen te onderzoeken. Contrast 1:2.
- c. Alleen in twijfelgevallen te onderzoeken. Het resultaat mag niet meer dan een log-eenheid van de normaalkromme afwijken.
- d. Afwijkingen in het gezichtsveld van het oog met de beste gezichtsscherpte, met of zonder optische hulpmiddelen, zijn niet toegestaan. In geval van twijfel dient perimetrisch onderzoek verricht te worden.
- e. Onbelemmerde beweeglijkheid van beide ogen; geen dubbelzien.
- f. Het kleurenonderscheidingsvermogen wordt als voldoende beschouwd wanneer de gegadigde voldoet aan de Farnsworth Panel D15 test, de test van Ishihara volgens de platen 1 tot en met 15, of een andere als gelijkwaardig erkende test. Bij het onderzoek van het kleurenonderscheidingsvermogen met de kaart van Hardy, Rand en Rittler (H.R.R.) is een ’mild’ afwijking en met de kaarten van het Tokyo Medical College is een ’second degree’ afwijking toegestaan. In geval van twijfel onderzoeken met de anomaloscoop, waarbij met genoemde testmethode een gelijkwaardige uitkomst bereikt moet worden.
- a. a. Het gehoor wordt als voldoende beschouwd wanneer door een aanvrager fluisteren, met of zonder gehoorapparaat, met elk oor afzonderlijk, onder afsluiting van het andere oor duidelijk verstaan wordt:
- op een afstand van 3 meter, indien de aanvrager 25 jaar of jonger is;
- op een afstand van 2 meter, indien de aanvrager ouder dan 25 jaar is.
- b. Bij het vermoeden van een toenemend gehoorverlies, alsmede in geval van twijfel moet een toon- of spraakaudiogram gemaakt worden.
- c. Het gehoorverlies van het beste oor mag gemiddeld niet meer dan 40 dB bedragen voor de frequenties 500, 1000 en 2000 Hz.
- a. Recidiverende toestanden van verlaagd bewustzijn, al of niet onder invloed van medicamenten, drugs of alkohol, zijn een reden voor blijvende ongeschiktheid.
- b. Alle vormen van epilepsie en narcolepsie zijn een reden voor algemene ongeschiktheid.
- c. Noctambulisme is een reden voor algemene ongeschiktheid.
- d. Aandoeningen die gepaard gaan met evenwichtsstoornissen of aanvallen van draaiduizeligheid zijn een reden voor blijvende ongeschiktheid.
- a. Systeemziekten van het centrale zenuwstelsel, zoals multiple sclerose en de ziekte van Parkinson, zijn, afhankelijk van het stadium waarin de ziekte verkeert, een reden voor algemene ongeschiktheid.
- b. Posttraumatische en postoperatieve restverschijnselen: een gunstig specialistisch rapport is vereist.
- c. Ieder cerebrovasculair accident, inclusief TIA’s in de anamnese: een gunstig specialistisch rapport is vereist.
- a. Psychosen in de anamnese met een duidelijk recidief-risico zijn een reden voor blijvende ongeschiktheid.
- b. Bipolaire stoornissen in de anamnese zijn een reden voor blijvende ongeschiktheid.
- c. Persoonlijkheidsstoornissen zoals onaangepaste gedragingen, agressiviteit, prikkelbaarheid, fanatisme, querulantisme en geldingszucht, zijn in het algemeen een reden voor blijvende ongeschiktheid.
- d. Depressies die niet onder het begrip bipolaire stoornissen vallen: een gunstig specialistisch rapport is vereist.
- e. Overige psychiatrische stoornissen: een gunstig specialistisch rapport is vereist.
- a. Klepafwijkingen en congenitale hartgebreken: een gunstig specialistisch rapport is vereist.
- b. Hartritmestoornissen: voor goedkeuring is een gunstig specialistisch rapport vereist, waaruit blijkt, dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te verwachten. Een pacemaker is een reden voor algemene ongeschiktheid.
- c. Aandoeningen van het myocard, resulterend in een duidelijk verminderde ergometrisch bepaalde belastbaarheid van het hart, zijn een reden voor blijvende ongeschiktheid.
- d. Angina pectoris: voor goedkeuring is een gunstig specialistisch rapport vereist, waaruit blijkt, dat redelijkerwijs geen acute problemen zijn te verwachten.
- e. Hypertensie, waarbij ook na behandeling de systolische druk meer dan 220 mm Hg, of de diastolische druk meer dan 120 mm Hg bedraagt, is een reden voor blijvende ongeschiktheid.
- a. Bovenste extremiteiten: de functie van armen en handen moet voldoende zijn voor de bediening van het roer, de motor en de andere voor de navigatie en veilige vaart benodigde apparatuur. In geval van verminking of amputatie is een goed functionerende prothese toegestaan, eventueel onder aanpassing van de bovengenoemde bedieningsorganen.
- b. Onderste extremiteiten: in geval van verminking of amputatie is een goed functionerende prothese toegestaan.
- c. In noodgevallen moet de aanvrager zonder hulp van anderen, in hoog tempo, zijn weg kunnen vinden via trappen en (vlucht)gangen.
- a. Chronisch alcoholisme, hetzij voortdurend, hetzij gedurende bepaalde perioden, is een reden voor algemene ongeschiktheid.
- b. Verslaving aan verdovende, opwekkende of andere psychotrope stoffen in de anamnese in de laatste vijf jaar is een reden voor algemene ongeschiktheid.