Bijlage III Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen 1999: : Werkvoorschrift voor het nemen van donsmonsters op de kalkoenkuikenbroederij
Hygiënebesluit kalkoenkuikenbroederijen 1999
Dit werkvoorschrift beschrijft de donsmonstername in kalkoenkuikenbroederijen, voor de verplichte monitoring, zoals voorgeschreven in het Hygiënebesluit Kalkoenkuikenbroederijen. De monsters worden genomen door een medewerker van de kalkoenkuikenbroederij. Aantal en locatie te nemen monsters
- steriele plastic zakken of potten
- etiketten
- inzendformulier
- Per uitkomstkast worden tenminste vijf donsmonsters genomen.
- Elk donsmonster moet een monster zijn van minimaal 5 gram natte dons, genomen maximaal de dag voor de uitkomstdag.
- De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkast genomen te worden waarbij bij voorkeur een monster van de ventilator of grond genomen moet worden en monsters genomen dienen te worden van de linker-, rechter-, boven- en onderkant van de koelbuizen.
- De monsters (in totaal 25 gram dons) kunnen in één pot of zak verzameld worden.
- Donsmonsters moeten te traceren zijn naar het bedrijf resp. de stal(len) van herkomst.
- De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op bedrijfsniveau ligt bij de kalkoenkuikenbroederij. Deze moet via een protocol aantonen hoe dit wordt beheerst.
- Het monster wordt genomen zonder het dons met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.
- Iedere monsterpot of -zak dient direct te worden voorzien van een etiket met de volgende gegevens:
- datum van monsterneming
- gegevens kalkoenkuikenbroederij (naam en/of KIP nummer)
- kastnummer
- De kalkoenkuikenbroederij moet een protocol hebben waarin staat vermeld:
- wie verantwoordelijk is voor de monstername
- hoe de monstername wordt uitgevoerd
- hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) van herkomst.
- Elke inzending moet vergezeld gaan van een formulier waarop de gegevens van de monsters van die dag worden geregistreerd. Hierbij dienen tevens te worden vermeld:
- naam en/of KIP nummer herkomstbedrijf
- koppelnummer(s)/stalnummer(s).
- Een afschrift van het formulier moet op de kalkoenkuikenbroederij aanwezig blijven t.b.v. controle van het systeem door derden.
- De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter erkend laboratorium.
- De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.
- De kalkoenkuikenbroederij dient een registratie bij te houden per kalkoenkuikenbroederij, per vermeerderaar en per stal, waarin alle resultaten van het Salmonella-onderzoek (ook de negatieve) worden vastgelegd. Deze dient minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (i.v.m. traceringsonderzoeken en systeemcontrole).