Bijlage II Besluit Protocollen hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999: : Erkenningsvoorwaarden betreffende uitvoering hygiëne-onderzoek en/of onderzoek op de aanwezigheid van Salmonella en/of Campylobacter in kalkoenstallen en/of drinkwateronderzoek op kalkoenbedrijven
Besluit Protocollen hygiënevoorschriften kalkoenhouderij 1999
- A1. Het bedrijf dient blijk te geven van goed management en dient zodanig te zijn georganiseerd dat het vermogen om haar werkzaamheden op goede wijze te vervullen, op peil blijft. Tevens dient de eigenaar/beheerder volledige medewerking te verlenen aan de erkennings- en toezichtswerkzaamheden, die in het kader van deze regeling worden uitgevoerd.
- A2. Per bedrijf dient minstens één persoon op direktie-niveau of een direktie-gedelegeerde en liefst zonder produktie-verantwoordelijkheid, verantwoordelijk te zijn voor de uitvoering van deze regeling. Het dient aannemelijk gemaakt te worden dat deze persoon, hetzij door opleiding, hetzij door ervaring, in staat is om deze taak te vervullen.
- A3. Het bedrijf dient over een door het Productschap goedgekeurd kwaliteitsbeheersingssysteem te beschikken, dat is vastgelegd in een handboek of kwaliteitsdocumentatie. Dit systeem dient tenminste de volgende onderdelen te bevatten:
- doelstelling en relevante eisen voor hygiëne-onderzoek
- beschrijving van taken/verantwoordelijkheden van alle betrokken funkties en de hiërarchische structuur (organisatieschema) van het bedrijf
- beschrijving van het administratieve systeem (procedures) m.b.t. monstername en onderzoek in het kader van deze regeling
- beschrijving van de interne kwaliteitsborging monstername en laboratorium-onderzoek
- procedures voor het beheer van het handboek
- A4. Het bedrijf heeft behoudens de normale “opdrachtgever-uitvoerder” relatie geen andere banden, in welke vorm dan ook met de partijen waar hygiëne-onderzoek wordt uitgevoerd. Dit houdt in dat het bedrijf geen deel mag uitmaken van enige organisatie die belangen heeft bij de te controleren partij. Maatregelen moeten zijn genomen om zekerheid te verschaffen dat partijen buiten het bedrijf de resultaten van de uitgevoerde monstername niet kunnen beïnvloeden. Haar medewerkers moeten vrij zijn van enige commerciële, financiële of andere druk die de uitvoering van hun werkzaamheden zouden kunnen beïnvloeden. Deze controle-werkzaamheden worden steeds gescheiden uitgevoerd van de overige, al dan niet aanverwante aktiviteiten van het bedrijf. Het verband tussen deze aktiviteiten dient duidelijk te worden beschreven.
- A5. Personeel belast met de uitvoering van de monsternames en/of het laboratoriumonderzoek, beschikken over de juiste technische kwalificaties, de nodige opleiding, scholing en ervaring alsmede over voldoende kennis van de voorschriften nodig om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Voor wat betreft het uitvoeren van de monsternames dient het personeel de PVE- basiscursus “Monstername hygiëne-onderzoek” te hebben gevolgd of een gelijkwaardige opleiding.
- A6. Het bedrijf moet over een opleidingssysteem beschikken, zodanig dat verzekerd is dat de opleiding van de medewerkers met betrekking tot de technische aspecten van het werk aan de eisen blijft voldoen.
- B1.1 De uitvoering van de werkzaamheden dient te gebeuren overeenkomstig de voorschriften voor bemonsteringen en laboratoriumwerkzaamheden zoals vastgesteld in bijlage III.
- B1.2 De monsters worden direkt na monstername van een unieke identificatie voorzien ten einde te voorkomen dat erop enig moment verwarring kan ontstaan omtrent de identiteit van de monsters. Een beschrijving van het toegepaste identificatiesysteem moet beschikbaar zijn.
- B1.3 Het bedrijf dient over op schrift gestelde procedures en/of voorschriften te beschikken voor ontvangst, opslag, behandeling en verwijdering van monsters. De behandeling van monsters moet te allen tijde zodanig zijn dat hun conditie zo goed mogelijk onveranderd blijft.
- B2.1 De uitvoering van de werkzaamheden dient te gebeuren overeenkomstig het werkvoorschrift voor het nemen van swabmonsters in kalkoenstallen, zoals beschreven in bijlage IV.
- B2.2 Het bedrijf dient in overleg met de kalkoenhouder een afspraak te maken voor het uitvoeren van de monstername.
- B2.3 De swabmonsters worden direkt na monstername van een unieke identificatie voorzien ten einde te voorkomen dat erop enig moment verwarring kan ontstaan omtrent de identiteit van de monsters. Een beschrijving van het toegepaste identificatiesysteem moet beschikbaar zijn.
- B2.4 Het bedrijf dient over op schrift gestelde procedures en/of voorschriften te beschikken betreffende
- de te nemen beschermende maatregelen;
- de ontvangst, opslag, behandeling en verwijdering van de swabmonsters. De behandeling van de monsters moet te allen tijde zodanig zijn dat hun conditie zo goed mogelijk onveranderd blijft.
- B3.1 Het bedrijf dient via een kwaliteitsborgings-systeem gebaseerd op de eisen vervat in de norm EN45001 aantoonbaar te maken dat het uitvoeren van monstername en analyse op zodanige wijze gebeurt dat de betrouwbaarheid van de geproduceerde resultaten op een voldoende niveau wordt beheerst en geborgd. Dit wordt voldoende aantoonbaar gemaakt, indien het bedrijf een van de volgende erkenningen heeft: STERLAB, ISO9002, Labcode van het Productschap Diervoeder. De monstername en/of het laboratoriumonderzoek moeten deel uitmaken van het erkenningsgebied.
- B3.2. Indien het bedrijf wel de monstername verzorgt, maar de analysewerkzaamheden uitbesteedt, dient het bedrijf er voor te zorgen dat dit gebeurt bij een laboratorium dat voor de betreffende analyse een erkenning heeft (STERLAB, ISO-9000 voor laboratoria, LABCODE van het Productschap Diervoeder).
- B4.1 Het bedrijf dient een duidelijke en volledige administratie te voeren. Deze administratie dient tenminste het volgende te omvatten.
- alle correspondentie betreffende het verzoek tot uitvoeren van een monstername
- alle registraties van waarnemingen, ongeacht de vorm (ruwe data)
- alle eventueel gemaakte berekeningen en afgeleide gegevens
- het eindrapport, incl. eventuele aanvullingen en/of wijzigingen
- voorschriften bemonsteringen en laboratoriumwerkzaamheden voor hygiëne- onderzoek.
- resultaten interne kwaliteitscontroles (ring-onderzoek e.d.) uitgevoerd door het bedrijf en de resultaten van eventuele herstelakties.
- B4.2 Het bedrijf heeft een systeem voor het bewaren van alle relevante gegevens. De gegevens moeten voldoende zijn om de uitgevoerde monstername op hun waarde te beoordelen. Deze informatie dient tot minimaal 2 jaar na uitvoering beschikbaar te blijven.