Art. 3 Vrijstelling van de heffingen Meststoffenwet voor kleine bedrijven, tuinbouwbedrijven en tuincentra, Vrijstelling voor tuinbouw die niet plaatsvindt op landbouwgrond
Vrijstelling van de heffingen Meststoffenwet voor kleine bedrijven, tuinbouwbedrijven en tuincentra
1. Van de heffingen, bedoeld in de titels 1 en 2 van hoofdstuk IV van de wet, zijn vrijgesteld bedrijven waarop in het betreffende kalenderjaar uitsluitend niet-grondgebonden tuinbouw of grondgebonden tuinbouw wordt uitgeoefend, die voldoen aan de voorwaarden van artikel 7, en waarvan:
a. de aangevoerde dierlijke en overige organische meststoffen die worden gebruikt voor niet-grondgebonden tuinbouw, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat per kalenderjaar per hectare van de gemiddeld in het betreffende kalenderjaar bij het bedrijf voor deze vorm van tuinbouw daadwerkelijk in gebruik zijnde oppervlakte groeimedium, niet groter is dan 460, en
b. de aangevoerde dierlijke en overige organische meststoffen die worden gebruikt voor grondgebonden tuinbouw, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat per kalenderjaar per hectare van de gemiddelde oppervlakte van het gebouw of de gebouwen die in het betreffende kalenderjaar bij het bedrijf voor deze vorm van tuinbouw daadwerkelijk in gebruik is, niet groter is dan 460.
2. Op de vaststelling van de hoeveelheid aangevoerde dierlijke en overige organische meststoffen is artikel 17 van de wet van overeenkomstige toepassing.