Bijlage 3 NRgte 2002
Nadere Regeling gedragstoezicht effectenverkeer 2002 (NRgte 2002)
In deze bijlage wordt – voorzover niet anders is bepaald – verstaan onder: 1. De medewerker dient zorgvuldig om te gaan met alle beschikbare informatie over cliënten. 2. Er mag nooit een verband bestaan tussen effectentransacties van de medewerker en die van cliënten. 3. De medewerker dient zich te onthouden van elk gebruik van koersgevoelige informatie, alsmede iedere vermenging van zakelijke en privé-belangen, respectievelijk de redelijkerwijs voorzienbare schijn daarvan, te vermijden. 4. Een informatievoorsprong waarover de medewerker uit hoofde van zijn functie of anderszins beschikt, mag nooit worden gebruikt voor het trachten te behalen van een persoonlijk voordeel. Dit geldt niet alleen voor effectentransacties maar ook voor andere soorten transacties, zoals bijvoorbeeld in onroerende zaken, vreemde valuta of edele metalen. 5. De medewerker dient terughoudendheid te betrachten bij effectentransacties, waarbij hij zich dient te onthouden van effectentransacties die als excessief of in hoge mate speculatief kunnen worden aangemerkt. 6. De medewerker dient zorgvuldig om te gaan met beschikbare informatie uit de zakelijke sfeer. Deze informatie dient gescheiden te blijven van zijn of haar privé-sfeer. 7. De medewerker dient te voorkomen dat hij privé zo nauw betrokken raakt bij een relatie van de instelling, dat gevaar bestaat voor gebruik van voorkennis of een ongewenste vermenging van zakelijke en privé-belangen. 1. Indien de medewerker over koersgevoelige informatie beschikt mag deze informatie uitsluitend worden gebruikt voor een goede taakuitvoering van de medewerker en mag de medewerker zelf geen daarmee in verband staande effectentransacties verrichten. 2. Het is de medewerker niet toegestaan binnen vierentwintig uur na het geven van een opdracht voor een effectentransactie of de uitvoering van deze opdracht, een opdracht te geven voor een aan deze order tegengestelde effectentransactie, met betrekking tot effecten van hetzelfde fonds of aan dat fonds gere
- a. insider: degene die uit hoofde van zijn functie of positie bij een effecteninstelling regelmatig over koersgevoelige informatie beschikt of kan beschikken. Hieronder vallen in ieder geval:
- i) bestuurders van de effecteninstelling;
- ii) het eerste en tweede echelon onder de bovengenoemde personen;
- iii) de toezichthouders, zoals hierna onder c, sub i gedefinieerd;
- iv) (groepen van) andere medewerkers die als zodanig door de het hoogste bestuursorgaan worden aangewezen;
- v) commissarissen van de effecteninstellingen;
- b. effectentransactie: het anders dan in de uitoefening van zijn functie of positie verrichten, doen verrichten of bewerkstelligen van enige handeling, middellijk of onmiddellijk voor eigen rekening of mede voor eigen rekening of ten behoeve van een derde, tot aankoop of verkoop van een effect;
- c. toezichthouder: de als zodanig door (de voorzitter van) het hoogste bestuursorgaan aangewezen: Een lid van het hoogste bestuursorgaan of de externe accountant is de toezichthouder voor de medewerker als bedoeld onder c, sub i;
- i) medewerker; en/of
- ii) de externe accountant van de instelling;
- d. gelieerde derden van de insider:
- i) de echtgenoot, echtgenote of partner;
- ii) bloedverwanten en aanverwanten tot in de tweede graad;
- iii) personen die tot het huishouden van de insider behoren;
- iv) lasthebbers en vermogensbeheerders (niet zijnde vrije-hand-beheerders), voorzover handelend ten behoeve van de insider;
- v) rechtspersonen en beleggingsclubs waarin de insider zeggenschap heeft ten aanzien van het beleggingsbeleid;
- e. niet-insider: iedere medewerker van een effecteninstelling, niet zijnde insider;
- f. medewerker: insider en niet insider.
- a. de beheerovereenkomst gaat uit van een strikte scheiding tussen eigendom en beheer;
- b. de insider stelt de toezichthouder in kennis van het bestaan van de beheerovereenkomst en verstrekt hem daarvan een afschrift;
- c. de insider onthoudt zich van het geven van enige instructie, dan wel het anderszins of indirect beïnvloeden van enige door de vermogensbeheerder te nemen beslissing betreffende het beheer;
- d. in de beheerovereenkomst dient te zijn bepaald dat de vermogensbeheerder:
- i) van iedere effectentransactie onverwijld de toezichthouder in kennis stelt door middel van het toezenden van een afschrift van de mutatie;
- ii) eenmaal per zes maanden een overzicht van de effectenportefeuille van de insider aan de toezichthouder verstrekt; en
- iii) op eerste verzoek van de toezichthouder gegevens betreffende de transacties die op grond van de overeenkomst zijn verricht zal overleggen;
- e. de toezichthouder is bevoegd aan de insider een aanwijzing te geven om naar beste vermogen te bevorderen dat de beheerovereenkomst gewijzigd wordt. Indien wijziging van de beheerovereenkomst niet volgens de aanwijzing van de toezichthouder geschiedt, gelden 3.5.1 en 3.7.1 onverkort;
- f. de insider meldt wijzigingen of de beëindiging van de beheerovereenkomst onverwijld aan de toezichthouder;
- g. de insider is geen lid van de het hoogste bestuursorgaan of medewerker van de afdeling vermogensbeheer van de effecteninstelling waarmee de beheerovereenkomst is afgesloten en deze effecteninstelling is geen kleine effecteninstelling.
- i) de instelling waar de insider werkzaam is de desbetreffende transacties niet kan uitvoeren of een kleine effecteninstelling is en de insider aan degene die voor hem of ten behoeve van hem de effectentransactie heeft uitgevoerd de opdracht geeft om de toezichthouder daaromtrent per kalenderkwartaal in te lichten door middel van het toezenden van een afschrift van de desbetreffende effectentransacties. Indien een instelling als kleine instelling in de zin van dit lid aangemerkt wenst te worden, dient zij hiertoe bij de Autoriteit Financiële Markten schriftelijk een verzoek in te dienen; of
- ii) de effectentransacties worden verricht in een beleggingsinstelling die rechten van deelneming op verzoek van deelnemers ten laste van de activa direct of indirect inkoopt of terugbetaalt, en de insider geen bestuurs- of beheerfunctie vervult in deze beleggingsinstelling, de daaraan verbonden beheerder of bewaarder;
- iii) de effectentransacties in staatsobligaties worden verricht.