Art. 21 Rtvi, Voorwaarden
Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (Rtvi)
1. Incidenteel verlof kan worden verleend voor het bijwonen van gebeurtenissen in de persoonlijke sfeer van de gedetineerde, waarbij zijn aanwezigheid noodzakelijk is.
2. Incidenteel verlof kan indien nodig onder begeleiding of bewaking plaatsvinden.
3. Incidenteel verlof wordt niet verleend indien de gedetineerde binnen een maand na de beoogde verlofdatum in aanmerking komt voor invrijheidstelling of re-integratieverlof en het beoogde bezoek in dat kader kan worden afgelegd.
4. Bij de bepaling van de duur van het incidenteel verlof wordt in ieder geval rekening gehouden met de benodigde reistijd en beveiliging. Het incidenteel verlof eindigt op de dag waarop het is aangevangen. Indien de benodigde reistijd dat niet toelaat eindigt het in ieder geval de daarop volgende dag.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 10 januari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:1150
- Rb. 's-Gravenhage 9 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BP8937
- Rb. Leeuwarden 23 september 2005, ECLI:NL:RBLEE:2005:AU5770
- Rb. Den Haag 15 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9611
- Hof Den Haag 23 oktober 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2268
- Hof Arnhem 26 september 2012, ECLI:NL:GHARN:2012:BX8765
- Hof Amsterdam 7 oktober 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2962