Art. 26 Algemeen luchthavenreglement, Voorschriften met betrekking tot het gebruik van het luchtvaartterrein

Algemeen luchthavenreglement

De Minister kan per luchtvaartterrein, al dan niet op voordracht van de exploitant, voorschriften vaststellen met betrekking tot:

a. het gedeelte van het landingsterrein dat wordt gebruikt voor het aanhaken en afwerpen van sleepnetten, dan wel sleepkabels;

b. het gedeelte van het landingsterrein dat wordt gebruikt voor het landen en opstijgen van motorzweefvliegtuigen;

c. het gedeelte van het landingsterrein dat wordt gebruikt voor het landen en opstijgen van ultra lichte vliegtuigen;

d. het gedeelte van het landingsterrein dat wordt gebruikt voor het oplieren of opslepen van zweefvliegtuigen, of zeilvliegtuigen, waarbij tevens voorschriften kunnen worden vastgesteld met betrekking tot de leiding en het toezicht op het zweefvlieg- of zeilvliegbedrijf;

e. het gedeelte van het landingsterrein dat wordt gebruikt voor het opstijgen van een vrije ballon;

f. het gedeelte van het luchtvaartterrein dat wordt gebruikt voor het uitvoeren van valschermsprongen.