Art. 1 Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS, Begripsomschrijvingen

Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS

In deze regeling wordt verstaan onder:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Bureau Heffingen van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te Assen;

Bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer;

Dienst Landelijk Gebied van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te Utrecht;

Wet herstructurering varkenshouderij;

bedrijf als bedoeld in artikel 1 van de wet;

niet-gebonden mestproductierecht als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplaatsing mestproductie;

varkensrecht als bedoeld in artikel 1, onder h, van de wet;

schriftelijke opgave, zoals in voorkomend geval gecorrigeerd, die ter vaststelling van de verschuldigde overschotheffing over het jaar 1996 met betrekking tot het bedrijf is gedaan krachtens de artikelen 8 en 13 van de Meststoffenwet, zoals deze artikelen luidden onmiddellijk vóór inwerkingtreding van de wet van 2 mei 1997, houdende wijziging van de Meststoffenwet (Stb. 360);

degene die overeenkomstig artikel 10, eerste lid, een aanvraag tot subsidieverlening indient;

gebied I als aangegeven in de bijlage bij de Wet verplaatsing mestproductie;

gebied II als aangegeven in de bijlage bij de Wet verplaatsing mestproductie;

reservaatsgebied als bedoeld in artikel 1 van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling en zoals het krachtens die regeling nader door de provincies is begrensd;

natuurontwikkelingsproject als bedoeld in artikel 1 van de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling en zoals het krachtens die regeling nader door de provincies is begrensd;

ecologische hoofdstructuur, zoals die globaal is aangegeven op kaart 7 van de planologische kernbeslissing van het Structuurschema Groene Ruimte en zoals die, voor wat betreft reservaatsgebieden en natuurontwikkelingsprojecten, nader door de provincies is begrensd krachtens de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling;

tot het bedrijf behorend perceel, niet zijnde landbouwgrond, waarop de gebouwen bestemd voor de uitoefening van het bedrijf gelegen zijn;

voor verzuring gevoelig gebied als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij;

vergunning krachtens artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer.