Bijlage 2 VLG-regeling: bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen
Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG-regeling)
Dit hoofdstuk is van toepassing op vervoer van gevaarlijke stoffen dat uitsluitend binnen Nederland plaatsvindt. De Minister verleent een ontheffing als bedoeld in artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen slechts op voorwaarden dat de veiligheid niet in gevaar komt en het vervoer waarvoor de ontheffing wordt verleend duidelijk is gespecificeerd en van tijdelijke aard is. De N-bepalingen in dit hoofdstuk: 1. Niet-grensoverschrijdend vervoer mag plaatsvinden overeenkomstig multilaterale overeenkomsten als bedoeld in randnummer 1.5.1.1 van bijlage 1, die door Nederland zijn ondertekend. 2. Bij het vervoer dat voldoet aan de in het eerste lid bedoelde multilaterale overeenkomst worden de voorschriften met betrekking tot het vervoer in acht genomen die in deze overeenkomst zijn opgenomen. De opschriften en kenmerkingen op colli, containers, tanks en voertuigen, dan wel op de oververpakkingen van colli, zijn in ieder geval gesteld in de Nederlandse, Franse, Duitse of Engelse taal. Het is toegestaan dat in het vervoerdocument de voorgeschreven aanduidingen uitsluitend zijn gesteld in de Nederlandse taal. In Nederland geregistreerde tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan en mengsels daarvan, zijn voorzien van een noodstopvoorziening die is aangesloten op het bedieningssysteem van de veiligheidsinrichting, bedoeld in randnummer 6.8.3.2.3 van bijlage 1, en op het aandrijfsysteem van de pomp. Het bedienen van de noodstopvoorziening heeft tot direct gevolg dat de veiligheidsinrichtingen gesloten worden en de pomp gestopt wordt. De bedieningsorganen van de noodstopvoorziening zijn zowel aangebracht in de bedieningskast(en) als bij de linkervoorzijde als bij de rechterachterzijde van de tank. Tankwagens, bestemd voor het vervoer van propaan, butaan of mengsels daarvan, zijn voorzien van een wegrijdalarmering, ter voorkoming van het wegrijden met een aangekoppelde of niet opgeborgen slang. Deze voorziening bestaat uit een knipperende rode lamp op het dash
- a. zijn een aanvulling op bijlage 1; of
- b. treden, voor zover zij met de overeenkomstig genummerde bepalingen van bijlage 1 niet overeenstemmende verplichtingen bevatten, in plaats van bedoelde verplichtingen van de overeenkomstig genummerde bepalingen van bijlage 1.
- a. een buitenverpakking openen die gevaarlijke stoffen bevat, die als pesticiden worden toegepast;
- b. een IBC openen, waarin UN1202, dieselolie, gasolie of lichte stookolie wordt vervoerd.
- a. op deze voertuigen gediplomeerd brandweerpersoneel in de zin van het Besluit personeel veiligheidsregio’s aanwezig is, en
- b. het met diploma behaalde veiligheidsniveau van dit personeel is gewaarborgd.
- a. is gebaseerd op de randnummers 1.9.2, 1.9.3 en 1.9.4, of
- b. dient ter invulling van specifiek in de randnummers van bijlage 1 opgenomen bevoegdheden.
- a. op het adres van de afzender, vuller, belader en de geadresseerde, of
- b. op plaatsen waar gevaarlijke stoffen worden aangewend.
- 1. Beperkingen voor het vervoer van de gevaarlijke stoffen, genoemd onder Tunnelcategorie C in randnummer 1.9.5.2.2 van bijlage 1, gelden voor:
- a. de Beneluxtunnel, gelegen in de A4 tussen Vlaardingen en Hoogvliet;
- b. de Coentunnel, gelegen in de A10 te Amsterdam;
- c. de Drechttunnel, gelegen in de A16 tussen Zwijndrecht en Dordrecht;
- d. de Heinenoordtunnel, gelegen in de A29 tussen Barendrecht en Oud-Beijerland;
- e. Hollandtunnel gelegen in de A24 te Vlaardingen;
- f. de Ketheltunnel, gelegen in de A4 te Schiedam;
- g. de Kiltunnel, gelegen in de S43 tussen Dordrecht en ’s-Gravendeel;
- h. Maasdeltatunnel gelegen in de A24 onder de Nieuwe Waterweg/het Scheur tussen Vlaardingen en Rozenburg (ZH);
- i. de Noordtunnel, gelegen in de A15 tussen Hendrik-Ido-Ambacht en Alblasserdam;
- j. de Salland-Twentetunnel, gelegen in de N35 te Hellendoorn;
- k. de Sluiskiltunnel, gelegen in de N62 bij Terneuzen;
- l. de Sytwendetunnel, gelegen in de N14 te Leidschendam–Voorburg;
- m. de Thomassentunnel, gelegen in de N15 te Rotterdam;
- n. de Victory Boogie Woogietunnel gelegen in de Rotterdamsebaan te Den Haag;
- o. de Vlaketunnel, gelegen in de A58 tussen Kruiningen en Kapelle;
- p. de Waterwolftunnel, gelegen in de N201 tussen Aalsmeer en Haarlemmermeer;
- q. de Westerscheldetunnel, gelegen in N62 tussen Terneuzen en Goes;
- r. de Wijkertunnel, gelegen in de A9 tussen Beverwijk en Velsen;
- s. de Zeeburgertunnel, gelegen in de A10 te Amsterdam.
- 2. Beperkingen voor het vervoer van de gevaarlijke stoffen, genoemd onder Tunnelcategorie D in randnummer 1.9.5.2.2 van bijlage 1, gelden voor:
- a. de Botlektunnel, gelegen in de A15 tussen Hoogvliet en Rozenburg;
- b. de Hubertustunnel, gelegen in de N14 te Den Haag;
- c. de IJtunnel, gelegen onder het IJ te Amsterdam;
- d. de Koningstunnel, gelegen in de Koningskade te Den Haag;
- e. de Maasboulevardtunnel, gelegen in de gemeente Maastricht;
- f. de Maastunnel, gelegen onder de Nieuwe Maas, te Rotterdam;
- g. de Michiel de Ruijtertunnel, gelegen onder de De Ruijterkade te Amsterdam;
- h. de Piet Heintunnel, gelegen onder het Amsterdam-Rijnkanaal te Amsterdam;
- i. de Spaarndammertunnel gelegen in de S102 te Amsterdam;
- j. de Stationspleintunnel gelegen in de Schipholweg te Leiden;
- k. de Velsertunnel, gelegen in de A22, tussen Beverwijk en Velsen.
- 3. Beperkingen voor het vervoer van de gevaarlijke stoffen, genoemd onder Tunnelcategorie E in randnummer 1.9.5.2.2 van bijlage 1, gelden voor:
- a. de ArenAtunnel, gelegen onder de Amsterdam ArenA te Amsterdam;
- b. de Stadsbaantunnel, gelegen naast de A2 te Utrecht;
- c. de wisselbuis (A9 Z) van de Gaasperdammertunnel, gelegen in de A9 te Amsterdam.
- 4. De in dit artikel bedoelde tunnels worden aangeduid met verkeersbord C 22, bedoeld in bijlage 1 bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Onder het bord wordt een onderbord geplaatst waarop met een hoofdletter de categorie van de desbetreffende tunnel, overeenkomstig dit artikel, wordt aangeduid.
- a. gevaarlijke stoffen te vervoeren in transporteenheden met tanks waarvan de capaciteit meer dan 3000 liter is;
- b. vuurwerk te vervoeren boven de vrijgestelde hoeveelheden als bedoeld in randnummer 1.1.3.6 van bijlage 1.
- a. indien door weersomstandigheden het zicht minder is dan 50 m; of
- b. bij glad wegdek.
- a. sprake is van langdurige gladheid; en
- b. het spoedeisende karakter van het vervoer naar zijn oordeel genoegzaam is aangetoond.
- a. Texel-Den Helder;
- b. Vlieland-Harlingen;
- c. Terschelling-Harlingen;
- d. Ameland-Holwerd;
- e. Lauwersoog-Schiermonnikoog.
- a. ten hoogste twee transporteenheden als laatste geplaatst zijn op een open rijdek; of
- b. ten hoogste één transporteenheid als laatste geplaatst is op een gesloten rijdek.
- a. een transporteenheid beladen met ontplofbare stoffen en voorwerpen van klasse 1 wordt met voorrang op de pont toegelaten boven andere voertuigen of personen;
- b. tijdens een transport als bedoeld in onderdeel a bevinden zich geen andere voertuigen of personen op de pont, tenzij deze personen behoren tot de bemanning van de transporteenheid dan wel benodigd zijn voor de bediening van de pont;
- c. transporteenheden met tank(s) geëtiketteerd en gekenmerkt ingevolge randnummers 5.3.1 en 5.3.2 van bijlage 1 worden zodanig op de pont geplaatst dat zij snel kunnen worden verwijderd; en
- d. de bestuurder van een transporteenheid, beladen met gevaarlijke stoffen, verstrekt, alvorens de pont op te rijden, aan de schipper dan wel aan een daartoe aangewezen personeelslid van de waldienst de benodigde informatie omtrent aard en de hoeveelheid van de vervoerde gevaarlijke stoffen.
- a. telkenmale voordat de laatste goedkeuring haar geldigheid verliest;
- b. na een belangrijke herstelling; of
- c. wanneer de Dienst Wegverkeer een onderzoek om redenen van veiligheid noodzakelijk acht.
- a. heeft betrekking op een representatief deel van het vervoer;
- b. wordt verricht overeenkomstig artikel 3 van verordening (EEG) nr. 4060/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 inzake de afschaffing van controles aan de grenzen van de lidstaten voor wegvervoer en binnenvaart (PbEG L 390) en verordening (EEG) nr. 39123/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 december 1992 inzake in de Gemeenschap in het wegvervoer en de binnenvaart uitgevoerde controles van in een derde land ingeschreven of tot het verkeer toegelaten vervoermiddelen (PbEG L 359);
- c. wordt uitgevoerd met toepassing van de controlelijst, bedoeld in bijlage I van richtlijn (EU) 2022/1999;
- d. wordt uitgevoerd door middel van steekproeven en omvat zoveel mogelijk een groot deel van het wegennet.