Art. 10 Regeling controleapparaten, Erkenningseisen

Regeling controleapparaten

De aanvrager van een erkenning als reparateur beschikt over:

a. een door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde impulsenteller ten behoeve van het afstellen van elektronisch aanpasbare controleapparaten;

b. door de Dienst Wegverkeer goedgekeurde testapparatuur voor snelheids- en afstandsmetingen alsmede voor de daarop betrekking hebbende registratie;

c. apparatuur voorzien van een loep voor het onderzoeken van registratiebladen;

d. een onderzoeksjablone, waarop de toegestane tolerantiegebieden staan aangegeven;

e. een verzegelinrichting welke geschikt is voor de gevoerde merken controleapparaat;

f. overige, door de fabrikant of importeur van de gevoerde merken controleapparaat voorgeschreven gereedschappen, apparatuur, werkplaatshandboeken en documentatie.