Bijlage A Besluit algemeen verbindendverklaring Collectieve Garantieregeling van kredietinstellingen voor Terugbetaalbare Gelden en Beleggingen van 17 september 1998, ex artikel 84, tweede lid Wet toezicht kredietwezen 1992: behorende bij artikel 4, eerste lid

Besluit algemeen verbindendverklaring Collectieve Garantieregeling van kredietinstellingen voor Terugbetaalbare Gelden en Beleggingen van 17 september 1998, ex artikel 84, tweede lid Wet toezicht kredietwezen 1992

1. Deposito's die door andere kredietinstellingen op eigen naam en voor eigen rekening zijn uitgezet. 2. Alle instrumenten die vallen onder de definitie van eigen vermogen als bedoeld in artikel 2 van de richtlijn 89/299/EEG van de Raad dd 17 april 1989 (89/299/EEG; L124/16, zoals sindsdien gewijzigd) betreffende het eigen vermogen van kredietinstellingen. 3. Deposito's uit hoofde van transacties in verband waarmee een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken wegens het witwassen van geld. 4. Deposito's van financiële instellingen in de zin van artikel 1, zesde lid van de richtlijn dd 15 december 1989 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (TCR; 89/646/EEG; L 386/1, zoals sindsdien gewijzigd), alsmede tot wijziging van de richtlijn dd 12 december 1977 (ECR; 77/780/EEG; L 322/30, zoals sindsdien gewijzigd). 5. Deposito's van ondernemingen die het verzekeringsbedrijf uitoefenen. 6. Deposito's van de Nederlandse Staat en van centrale overheden. 7. Deposito's van provinciale, regionale, plaatselijke of gemeentelijke overheden. 8. Deposito's van instellingen voor collectieve belegging. 9. Deposito's van pensioenfondsen. 10. Deposito's van: 11. Deposito's van naaste verwanten van de in punt 10 bedoelde personen en deposito's van derden die voor rekening van deze personen optreden. Met naaste verwanten wordt in dit verband bedoeld, familieleden in de eerste en tweede graad, alsmede de eventuele echtgenoten en (geregistreerde) partners van deze personen. Met betrekking tot deze partners dient uit notariële stukken te blijken dat zij de partner zijn van de in punt 10 genoemde personen, tenzij zij geregistreerd partner zijn. 12. Deposito's van ondernemingen die deel uitmaken van dezelfde groep als die waartoe de betalingsonmachtige instelling behoort. 13. Deposito's die niet op naam luiden. 14. Deposito's waarvoor de crediteur individueel van de betalingsma